Goedemorgen, zee. 

Het was zondagochtend en de zee riep. Ze riep: ‘Kom uit je bed, haal éclairs – die met koffie, ja – bij de patisserie precies tussen jou en mij in en kom, kom naar mij toe. Ik laat mijn golven voor je over de stenen rollen, tegen de rotsen slaan, ik zal glinsteren en ruisen. Kom.’ 
Als je zo geroepen wordt, moet je wel luisteren. 

 

Zie je de zee, tussen de huizen door? En de patisserie bij het neonlicht?


  
    
          

  
  

   
 
    

    

    

    

   
   

  
  
 
 
 

7 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Nice, zaterdag.

De beste manier om zijn verjaardag te vieren leek mijn vader toch wel samen met zijn kinderen en kleinkinderen, bij zijn zoon thuis. Op zich geen rare wens, maar zijn zoon, mijn broertje woont met zijn vrouw en twee kinderen in Nice, Zuid Frankrijk. Wij zouden dus naar Nice moeten vliegen. ‘Ik betaal,’ zei mijn vader. ‘Zaterdagochtend heen, zondagavond terug.’

Jemig… Wat een kans… Met ons allen samen zijn, voor het eerst ons nichtje (van inmiddels anderhalf) zien, eindelijk ons schoonzusje na jaren weer zien… En wat zou het geweldig zijn als neefje Jonas ons kon laten zien waar hij woont. 

Het werd wel een wat belachelijke onderneming: om 1.45 uur de hele Santenkraam wekken om op tijd op Schiphol te zijn en het zou voor mij en Jip lichamelijk zwaar worden, maar we besloten de beren op de weg maar niet de overhand te geven. En toen hadden we zomaar het bijzonderste weekend ooit. 

We reisden midden in de nacht naar Schiphol door storm en regen, hadden een prachtige vlucht en donderden in Nice zo in de armen van mijn vader, zijn lieve vriendin Christine en Jonas. ‘Palmbomen…’, zuchtte Nisse. 

Met ons allen aan tafel, nichtje Marisa knuffelen, een dutje op het balkon waar ik een matras naartoe gesleept had, socca eten in de oude binnenstad… En dan hadden we nóg een dag! (Voor in een volgend logje.)

 
       
 
      

 

 
   
   

 

       

    

    

 
   

  

 
  

    

  

  

   
 

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Een man van 12.

Er was eens een reus. Nee, er was eens een jongen. De jongen werd geboren en zijn moeder verbaasde zich. Ze keek in zijn ogen die de hare voor het eerst zochten en dacht: ‘Maar wacht, jij bent toch net geboren? Hoe kun je dan kijken alsof je de wereld al kent? Hoe oud ben jij eigenlijk?’ Als ze hem aankleedde verontschuldigde ze zich soms: ‘Sorry, ik snap dat je dit liever zelf zou doen, maar dat kan je nog niet. Raar hè, zo’n klein lijf, het klopt niet helemaal.’ 

‘Wanneer zou hij toch eens gaan kloppen bij zijn leeftijd?’, vroegen zijn ouders zich af. Ze kenden meer kinderen van zijn leeftijd en die pasten allemaal, maar hij, nee… 

Het was niet dat ze een vervelend kind aan hem hadden, integendeel, hij mocht dan niet goed bij zijn leeftijd passen, hen paste hij prima. Op school paste hij dan weer niet helemaal. Hij werd getest en bleek hoogbegaafd. Aha, dat verklaarde een boel. Hij groeide ervan, meer op waarde geschat te worden op school, extra uitdagingen te krijgen. 

Verder groeide hij ook. Nogal. Van klein kind af aan had hij geregeld naast zijn moeder staan springen: ‘Ik kom tot je schouders als ik spring, ik ben bijna even groot als jij!’, ineens wás hij even groot als zij. En groter nog. De jongen was zeer tevreden, hij had zijn doel behaald. De moeder was verbaasd. Ze wist heel goed hoe jongens van zijn leeftijd eruit moesten zien. Níet zoals hij. Het leek wel alsof er ineens een man bij haar in huis woonde. Hij stak anderhalve kop boven zijn vriendjes uit. Vriendjes die hele kleine jongetjes leken vergeleken bij haar zoon. Nu ja, dat was helemaal niet erg, hij zat schijnbaar volop in zijn puberteit en ach, hij paste toch al nooit bij zijn leeftijd. 

Toen hij van de basisschool afging vergiste zijn moeder zich steeds. Ze had het met hem over studeren en in welke stad dan, welke studie. Maar wacht, hij moest eerst nog even de middelbare school doen, al zag hij eruit alsof hij ook al wel naar de TU in Delft kon en praatte hij ook zo. Verwarrend. 

En daar ging het mis. Hij was al veel ziek in groep 8, maar ach, hij kon de stof makkelijk aan, het maakte niet zoveel uit dat hij wel eens een dag school miste. Vaak was hij moe. ‘Wat wil je ook als je zo hard groeit?’, zeiden zijn ouders en hij grinnikte, want hij vond groeien leuk. Maar dat lachen verging hem toch wat toen in de eerste weken op de middelbare school al bleek dat hij het niet volhield. ‘Je moet naar school!’, riep zijn vader. ‘Probeer het nou toch, lieffie… Als het niet lukt kan je altijd nog naar huis komen.’ ‘Maar als het nú al niet lukt?’, huilde de jongen. Zijn ouders deden herhaaldelijk pogingen dat grote lijf waar op de slechtste momenten geen beweging inzat aangekleed te krijgen terwijl de jongen snikte en zijn moeder een verdrietig ‘Snap je het dan niet dan?’ in zijn ogen las. En ze wist wel dat het al raar was geweest, bijna ongepast hem als baby aan te kleden, maar nu, nu nog veel meer. Ze staakten dat gevecht dus maar en accepteerden: er is echt iets aan de hand met onze zoon.

Maar wat wás er dan met de jongen? Waarom sliep hij zo slecht? Waarom had hij zoveel hoofdpijn? Waarom was hij vaak te zwak om zijn zware stem – hij kreeg de baard al in de keel toen hij nog geen 11 was – op normaal volume te laten klinken? Waarom rook hij niets? Waarom zag hij vaak wazig? Waarom zei hij zo vaak: ‘Alles doet me pijn…’ 

Via een dwaalspoor aan artsen kwamen de jongen en zijn moeder bij een kinderarts terecht. Even leek er een communicatieprobleem te zijn, verstond hij alles wel wat ze zeiden? Maar de arts bleek alles zo secuur mogelijk te willen doen, hij wilde een compleet beeld krijgen van wat er met de jongen loos was. En toen bleek dat deze arts het juist heel goed snapte. Al de klachten van de jongen duiden erop: het moet een probleem in de hypofyse zijn. De hypofyse zorgt voor een aanmaak van teveel groeihormoon lijkt het. Zijn ouders hadden het goed, de jongen klopt niet bij zijn leeftijd, hij is feitelijk al een man. Een man van 12. 

‘Ik had de kleine lettertjes moeten lezen toen ik zo graag wilde groeien…’ zei de jongen en lachte hoofdschuddend.  

14 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

The Quick Brown Fox en Spuit Elf.

Instagram. Ik zag er foto’s van voorbijkomen, vond het zeer irritant dat ik daar niet op kon klikken om erop in te zoomen en dacht er verder niet over na. Tot ik de eenhoorntekening voor Temon gemaakt had en zij vroeg: ‘Ik ga hem op Instagram zetten, maar daar zit jij niet op, hè, San?’ Mijn tekening op Instagram en ikzelf niet? Dat was toch wel een beetje mal. 

Schoorvoetend installeerde ik de app dan toch maar en… Was gelijk om. Oké. Het is net iets voor mij dus. Spinnend van genoegen merk ik hoe leuk het op Instagram is foto’s en tekeningen te posten en te zien hoeveel groter het bereik daar is dan hier, op Facebook of twitter. Russen, Spanjaarden, Chinezen die op het hartje onder je tekening drukken, zo leuk! Mensen die ik eerder meer op andere social media zag blijken dus dáár uit te hangen. En verder eigenlijk ook iedereen geloof ik. Ja ja, spuit elf, ik. Ik haalde Rinke ook over, die al net zo verheugd is en net als ik er nóg meer tekenzin door krijgt. Je vindt ons onder rinkeziermans en sannekeziermans. 

Van de week maakte ik The Quick Brown Fox. Die verscheen ook op Insta, maar daar verscheen het tekenproces niet, hier wel! 

  

    
   

5 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De slakkenbezorgingsservice en de vos. 

Post van het UWV. Met groeiende verbazing las ik de brief. Dus… Ze hadden toch nog een passende baan voor me gevonden… Ik mocht bij de slakkenbezorgingsdienst. ‘De slakkenbezorgservice door het hele land!’ Ik moest er zo van lachen dat ik mezelf wakker lachte.

De slakkenbezorgservice… Ik schreef op twitter over mijn droom en warempel, er kwam meteen reactie: ‘Ik wil wel een slak door jou bezorgd krijgen!’ Bleek Mark, de schrijver net jarig te zijn. Een slak voor je verjaardag krijgen, wie wil dat nou niet? Ik tekende hem een slak met een slakkenroltoeter.    

Verjaardagsslak voor Mark.

Rinke en Neeltje kwamen erbij zitten en tekenden allebei een slak voor mijn slakkenbezorgservice.  

De ‘even geduld a.u.b.’-slak van Rinke.

 

‘Papa en mama aan het daten op een slak’ van Neeltje.


 

Ondertussen kwam er een nieuw verzoek binnen. Sandra wilde een stokstaartje. Wel, die kon ze krijgen, wel 2 zelfs, 1 van mij en 1 van Rinke.  

Stokstaartje Sandra.

  

Een stokstaartje dat net een heel interessant televisieprogramma bekijkt.

 
Nu we toch zo fijn bezig waren vond Rinke het tijd zijn Icarus af te maken. Die lucht, die kostte nogal wat tijd, maar wat werd het een mooie pentekening… 

Icarus.

Maakte ik nog een tekening voor een goede twittervriend. Hij zei me laatst iets wat me diep raakte. Ik kan het jammer vinden dat ik niet meer in staat ben te werken. Het mooiste onderdeel van mijn werk vond ik het met mensen te praten, ze inzichten te geven, ze te helpen. Ik dacht, als ik nou coach word, kan ik dat ook! Maar een studie daarvoor kan je niet geheel vanuit huis doen, daar moet je contacturen voor maken. Helaas, dat is niet voor mij weggelegd. 

Hij zei me: ‘Heb je wel in de gaten dat je wat jij wil allang doet?’ Ik heb mijn werkveld gewoon verplaatst, nu is het online dat ik zulke gesprekken voer. Ik had het níet in de gaten, maar nu wel. Mooi. 

Voor @advocaatvduivel moest er dus een tekening komen die hem past. Een vos, want dat is het dier waar hij zich het meest verbonden mee voelt. Een gedestingeerde lieve advocaat-vos. 

 

Wat een heerlijk begin van het jaar, met zoveel tekeningen. Maakt me zo gelukkig! Dat er nog maar vele mogen volgen in 2016.  

 

7 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Waterlicht

We liepen op het land, nee, we waadden door het water. Onze hakken in het leem, het modderige zand, onze handen door onzichtbare waterplanten. Water was lucht, was licht. 

Ooit beukten de golven hier tegen het eiland, lieten de mensen vluchten, tot er niemand meer woonde, maar de mensen pakten de zee terug, perkten, polderden hem in. Wij trouwden er, op die magische plek, het voormalig eiland Schokland, een eiland tussen de weilanden. Nu is de zee er even terug, een zee van licht. 

Morgen heb je nog de kans Waterlicht van Daan Roosegaarde te gaan bekijken. 

  

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Ging een vrouw naar het UWV…

Bijna een week geleden is het nu, dat ik mijn herkeuring had. Ik schreef erover, eerder al, in de aanloop hiervan, in een  open brief aan het UWV die viraal ging en de afgelopen week in logjes die niet af wilden, want oi, wat een rotonderwerp toch. Nu er bijna een week overheen is, ben ik weer een beetje uit mijn shocktoestand gekropen en probeer ik het nog maar een keer, een logje over mijn herkeuring. 

Was het zo’n nare man dan, die verzekeringsarts bij je herkeuring? 

Welnee. Ik wist eerst niet zo goed wat hij nou precies van me wilde, hij zei me alleen dat dit een afspraak in twee delen was, eerst met hem, dan met de arbeidsdeskundige. Ik vertelde maar gewoon mijn verhaal, hij wilde nog graag weten hoe mijn dagen eruit zien en toen wist hij het wel: ik ging helemaal niet meer naar de arbeidsdeskundige, die exact zou berekenen voor hoeveel procent ik afgekeurd zou worden. Werken zit er sowieso niet in, ik blijf volledig afgekeurd. 

Nah! Maar dat was toch precies wat je wilde? 

Nee. Dat was precies waarvan ik wist dat het het beste zou zijn, níet wat ik wilde. Ik was laatst nog even op mijn oude school, en geloof me, ik zou heel wat liever werken dan altijd thuis zijn, al verveel ik me nooit. Ik heb er grote moeite mee dat er een bevlogen docente aan me verloren is gegaan, al dat studeren, voor niets! Voor mezelf is die kennis leuk natuurlijk, maar wat vond ik lesgeven geweldig. En ik vind het ook vreselijk stom dat ik geen geld meer verdien. Het is me nogal wat, van een prettig uurloon (haha, in het onderwijs? Nou ja, relatief gezien dan.) naar een uitkering. 

Is het dan voor altijd? 

Nee. De keuringsarts hoopt erg voor me dat er toch nog meer herstel voor me inzit. Je weet het maar niet, mijn artsen weten het per slot van rekening ook niet. Hij stuurde me niet rechtstreeks de IVA in (dan ben je voor altijd arbeidsongeschikt), ik mag in de WIA blijven en over 1,5 à 2 jaar nog eens bij de keuringsarts langskomen om te zien hoe het er dan voorstaat. 

‘Je vindt het maar moeilijk om hier over te praten, hè?’, zei de keuringsarts. 

Ja. Heel moeilijk. En ook om erover te schrijven. ‘Jij denkt altijd in mogelijkheden,’ zei Rinke, ‘nu moet je focussen op onmogelijkheden, niets voor jou.’ Zo is het. Maar ik schrijf er toch maar over, want ik weet dat schrijven me helpt. 

Zeg, even wat anders, mooi dat je niet in de IVA komt, maar heette de hoofdpersoon uit je manuscript niet ook Iva? 

Ja. En meteen toen we wegreden bij het UWV zagen we een vrachtwagen met VONK erop, de naam die ik mijn manuscript gaf. Ik ben het niet vergeten, hoor, dat het op de plank ligt. Alleen… Welke kant kan ik ermee op, met een WIA-uitkering? Er zal maar een uitgever zeggen dat hij het wil, wat heeft dat voor invloed op mijn uitkering? Krijg ik daar gedonder mee? Of verdien ik er dan zelf uiteindelijk geen zak aan? Datzelfde gevoel heb ik bij elke tekening die ik maak en vooral, die ik niet maak: ik kan ze toch niet verkopen, waarom zou ik ze maken? 

Ook daar hielp de arts me wat verder mee, het UWV kan je tegenwoordig juist belonen voor het toch proberen je talenten te benutten, wat te verdienen, wie weet helpt het je wel een weg te openen om toch weer aan het werk te komen en in elk geval word je er zelf gelukkiger van, ook niet onbelangrijk. (Zie, écht een fijne verzekeringsarts, of gewoon een fijn mens, deze man.) En zo verliet ik het pand met een extra ‘100% afgekeurd’-stempel op mijn voorhoofd én met de kans toch op dit vlak nog in mogelijkheden te mogen denken. 

Heb je de laatste tijd nog getekend dan? 

Ja, niet veel. Het maken gaat niet zonder pijn, ik ben niet voor niets afgekeurd, en dan vond ik het nogal zinloos ook, maar heb ik een aanleiding, dan maak ik nog wel eens iets. Zal ik er wat van laten zien? 

   
   
En dan is het toch gelukt, een logje over mijn herkeuring… De afgelopen week maakte ik zo’n duizend selfies om mezelf ervan te overtuigen dat ik nog steeds dezelfde ben, er nog steeds mag zijn, afgekeurd en al. Het heeft nogal impact, zoiets…

 
    

  

 

  

10 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized