Beste UWV, 

Ik ben het, Sanneke. Wacht, dat zegt je niet zoveel denk ik. Ik geef je mijn referentienummer wel even. Weet je het nu? Vorig jaar werd ik afgekeurd. Dat vond ik bepaald niet leuk, maar de rust die het me geeft is weldadig en o zo nodig. Je had gelijk, hoor, dit was de enige optie, hoe hard ook. 

Nu kreeg ik een brief van je. Niet zo’n brief als ik nu aan jou schrijf, maar een lijstje met vragen waar ik antwoord op mocht geven. Ik kreeg het er een beetje benauwd van. Heel veel mensen voor mij kregen waarschijnlijk precies diezelfde vragenlijst en wilden zich toen misschien ook wel het liefst onder hun dekbed verstoppen: het zijn best confronterende vragen die je daar stelt. Hoe er toch op te antwoorden? Zo eerlijk mogelijk natuurlijk, maar bij de meerkeuzevragen mist het goede antwoord soms en die vakjes voor de antwoorden zijn maar zo klein. Ik dacht, een brief ter toelichting of om het in elk geval maar even van me af te schrijven, dat helpt vast. 

Die meerkeuzevraag over het huishouden, of ik dat zelf doe. Ik had de keus uit de antwoorden: a) nee, maar dat deed ik voor ik ziek werd ook niet, b) ja, zonder problemen, c) nee, dat kan ik niet (meer) door mijn klachten. Ik schreef er maar een extra optie bij: d) ja, deels, met problemen en probeerde daar nog wat toelichting bij te frutten. En dan hoop ik maar dat je het begrijpt. 

Of het beter ging vroeg je me. Of nu ja, niet in die bewoordingen, dat was best vriendelijk geweest op zich, maar je stelt je doorgaans wat zakelijker en afstandelijker op. Oké, ook goed. Ik had wel graag verteld over wat ik meemaak, hoe het is, te leven zoals ik nu leef. Dan is het makkelijker een beeld te vormen voor je misschien. 

Ik vind het fijn weer meer zelf te kunnen, meer te zien dan alleen ons huis. Zo geniet ik ervan dat ik zelf weer geregeld boodschappen doe. Je had me moeten zien die eerste keren, ik schrok me dood van supermarkten, vond ze zo groot en snapte niet waarom ze er van alles keuze uit 10 dingen hebben, wat een overweldigende overvloed. En dan ook nog al die mensen! Ik was een wereldvreemde kluizenaar geworden  in die jaren dat ik alleen maar thuis kon zijn en dát ben ik niet meer. Ik doe weer een beetje mee tegenwoordig. Hoe geweldig is dat? 

Daar tegenover staan de nachten waarin de pijn me belet diep in slaap te komen en ik de hel op aarde doormaak. De pijn vervormt de beelden in mijn hoofd en ik vecht tegen robothonden, tegen woeste zoute golven die me overspoelen en stel mijn bedgenoot verwarde vragen als: ‘Wat betekent ‘de bout hachelen? Waar komt dat vandaan?’ en ‘Jouw opa droeg toch een stofjas, de mijne ook, waarom dragen opa’s tegenwoordig geen stofjassen meer?’ Terwijl hij met deze vragen blijft zitten, Google maar eens raadpleegt (het is heel vies, de bout hachelen, ik wou dat mijn verwarde, gepijnigde ik niet op deze vraag was gekomen. Over opa’s met of zonder stofjassen denkt hij nog steeds na.), raast het in mijn lijf en hoofd onverminderd voort. Arch, de pijn, de pijn, waarom toch zoveel pijn en geen medicijnen die ertegen opgewassen zijn? 

Als het ‘s nachts misgaat is het het naarst, dat donker weet je wel, dat helpt niet echt, dan lijkt zo’n nacht eeuwigdurend. Overdag is het ook niet leuk, als de pijn genadeloos toehapt en ik ineens mijn verstandelijke vermogens weer af voel nemen: dag langetermijngeheugen, dag kortetermijngeheugen, dag grote woordenschat, dag vermogen mijn gezicht te bewegen, mijn lijf vloeiend te bewegen. Verbijsterend blijft het om mee te maken. En ik weet nooit wat het uit zal lokken. Een weerssomslag? Teveel gedaan? Mijn cyclus? Ik ben de grilligheid zelve. 

Ik waai maar mee met de luimen van mijn lijf. Ben blij met alles wat lukt. Zo verhielp ik de lekkage in de badkamer. Mijn huisgenoten beschikken gelukkig over heel veel geduld, schikten zich er maar in dat lijven en haren bij de gootsteen in de keuken gewassen moesten worden en ik schildpadde me opgewekt door mijn klus heen. Telkens een klein stukje, dan maar weer even rusten of soms dagen rust, maar hé, ik heb het voor elkaar! We kunnen weer badderen en douchen zonder dat je tegelijk ook beneden kunt douchen terwijl je op de wc zit. Ik had me ontzettend verheugd op die eerste keer weer douchen. Schaamteloos lang douchen moest het worden. Maar dat pakte toch anders uit, want staan, daar houdt mijn lijf niet van. 

En o, trouwens, er stond niet in je vragenlijst: ‘Droom je er wel eens van weer te werken?’ Ik had dat ook een confronterende vraag gevonden, maar ja, weet je, dat doe ik wel. Ik weet niet hoe het zou moeten, werken, met die grilligheid van mij, maar ik had nog graag lesgegeven. Ik vond een leuke goedmaker: een collegereeks ‘revoluties in de kunstgeschiedenis’ van de open universiteit die op 11 plekken in Nederland gegeven wordt, onder andere in – je gelooft het niet, lieve UWV! – Wijkcentrum de Poele bij mij om de hoek. Daar heb ik me voor ingeschreven, zie ik wel hoeveel colleges ik er daadwerkelijk van kan volgen. Maar het vooruitzicht weer met mijn vak bezig te zijn vind ik bijzonder leuk. 

Als ik foto’s toe had kunnen voegen, om mijn relaas nog wat extra te verduidelijken, dan had ik de volgende foto’s gekozen. Beide van vorige week. Éen met het pijnmasker op, op een moeilijke dag na een moeilijke nacht, één schaterend op een goed moment (omdat ik ontdekte dat ik niet alleen de badkamer gekit had, maar ook mijn haar.) 

  

 
Liefs, 

Sanneke

37 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Nisses eerste schreden in de filmwereld en hoi, het nieuwe schooljaar is begonnen! (Is dat eigenlijk wel zo leuk?)

Ik zit buiten in de zon terwijl ik dit schrijf en mijn gedachten dwalen af naar de andere kant van het land. Rinke is met Nisse naar Nissewaard. Daar worden de eerste filmbeelden van Nisse geschoten voor de film waar hij in meespeelt. Zo leuk en spannend. En ja, wonderlijk, niet? Dat het nou net in Nissewaard moet zijn. Rinke stuurt beelden van onze zoon in kostuum en make-up op de prachtigste locatie: betoverend. Ik mag vanzelfsprekend verder nog niets over de film melden. Best jammer, ja. En nee, ik kon niet mee naar Nissewaard, helaas, maar hé, ik heb zon en koffie en taart en u. Dat maakt veel goed. 

Als ik dan niets over de film mag zeggen, moet ik maar vertellen over de eerste schoolweek van de kinderen. Die was in het geval van Nisse weinig spectaculair: zelfde klasgenoten (-1 die plotseling verhuisd was in de vakantie), zelfde meester, een even enthousiaste Nisse als voor de vakantie. 

Voor Neeltjes klas was er in haar school flink verbouwd, want haar klas is inmiddels uitgedijd tot 46 kinderen. 46, ja. Ik snap dat best, dat aantal. Het is een bijzonder prettige, rustige klas, daar wil iedereen wel in. Is één van haar juffen nog een muzikale juf ook, Neeltje vindt dat ze maar geluk heeft. ‘We mogen volgende week al optreden en ik mag in de microfoon zingen!’

En dan Jip! Eindelijk naar de middelbare school! Hallo vwo+! Hallo nieuw leven! Jip had er toch wel zó naar uit gezien. Ik zat op dinsdagmiddag helemaal klaar voor een stroom aan opgewonden verhalen over de eerste lesdag: 

‘Jip! Hoe was het?’

‘Druk.’ 

Maar wacht… Dat was het enige commentaar? 

‘En verder dan?’

‘Veel. Mag ik chips?’

Hm. Nou wilde ik toch ook wel weten of hij al huiswerk had. Het eerste huiswerk op de middelbare school… Wow… Dat is me wel even iets. 

‘Ja. Heb ik. Van wiskunde. Het hoeft pas vrijdag af.’ Jip zette zijn koptelefoon op en at in hoog tempo een zak chips leeg. 

Ik vroeg me zo langzamerhand af of dit wel goed ging. Ik had me deze thuiskomst toch net iets anders voorgesteld. Het duurde een uur voordat hij bereid was me zijn huiswerk te laten zien. Ik hapte even naar adem. Het kind had niets teveel gezegd met zijn ‘veel’, het was waanzinnig veel. Dríe hoofdstukken af voor vrijdag… Hoe ging ik dit eens opbouwend aanpakken? 

We maakten een plan, hakten het werk in iets behapbaarder brokken en ik hoopte maar dat Jip er zo toch weer de lol van in zou zien. Dat laatste wilde nog niet zo. De volgende morgen zwaaiden Rinke en ik bezorgd onze zeer geïrriteerde, overprikkelde puber uit. Onze Jip… We kenden hem tot nu toe alleen nog maar als uitermate relaxte dude. Dat was hij nu duidelijk niet meer. 

Ik dacht aan mijn eigen wanhoop over wiskunde in de brugklas (dat kwam ook nooit meer goed overigens. Jip kennende zal dat bij hem wel anders verlopen) en Nederlands… Had ik dan níets geleerd op de basisschool? Ik snapte geen hol van d’s en t’s, had een 5 op mijn eerste rapport. Dat kwam gelukkig wél goed. En dan mijn klas: er werd meteen een hiërarchie opgesteld, waarbij de zittenblijfster bovenaan stond. En er waren jongens. Ook dat nog. 

In de loop van de week veranderden de verhalen van Jip al wel wat. Ja, hij vindt het overweldigend druk en veel, maar hij is ook heel blij met zijn nieuwe klasgenoten, sommigen ziet hij nu al echt als zijn vrienden en tot zijn genoegen wordt de klas al een geheel. Voor wiskunde bleek hij niet 3 hoofdstukken af te hoeven hebben, maar slechts tot hoofdstuk 1.3 te hoeven werken. Uit zichzelf en met plezier maakte hij zijn verdere huiswerk. Hij weet nu een beetje wat de gang van zaken is op die grote nieuwe school, heeft er vertrouwen in dat het komende week een stuk makkelijker zal gaan. 

O, dan was er nog 1 ding waar ik ook nog razend nieuwsgierig naar was: 

‘Ehm, Jip? Ik hoor je veel over de jongens in de klas. Dat ze leuk en aardig zijn en zo. Zitten er eigenlijk ook leuke meisjes in je klas?’ 

‘Geen idee. Ik heb het heel druk!’ 

Jaha, met de groepsWhatsApp van de nieuwe klas vooral. 

Bloedspannend, maar ook mooi man, naar de middelbare school. 

  

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Dip.

(Een schaamteloos eerlijke post van Rinke, de Santenkraam P.A.)

En toen was voor mij de koek even op: het was allemaal wel erg veel ineens. Ik was moe, sikkeneurig, lusteloos, viel kilo’s af, was rusteloos, mijn weerstand was beneden alle peil: het hele pakket. Ik vroeg me af of dit de weerslag was van Circus Santenkraam van de afgelopen jaren, net nu er weer wat meer lucht in de tent lijkt te komen. Ik hoef niet meer de jongleur te zijn die alle bordjes hoog moet houden; die tijd lijkt gelukkig al weer even geleden. Nu leek mijn eigen bordje al te veel gevuld.

Mijn vakantie begon derhalve in bed. Schijnbaar vond mijn lichaam dat dat de enige en juiste plaats was om te zijn. Ik sliep. En sliep. Ondertussen bleek dat de rest ook de boel zonder mij draaiende kon houden, voorbereidingen kon treffen voor de vakantie, koffers van zolder kon halen, kleren konden wassen en inpakken en het huis schoon konden achterlaten om weer in een net huis thuis te kunnen komen.

Ik liet voor de zekerheid maar even bloed prikken. De verpleegkundige die me vijf buisjes bloed afnam herkende me: vorig jaar was zij mijn klant en had ik een mooie nieuwe bril met haar uitgezocht, ditmaal was ik de klant. Ik hield er alleen een watje en een pleister aan over. Er werd getest op ontstekingswaarden, Lyme, Pfeiffer (ik had bij mijn oudste vriend gezien hoe lang hij daarmee onder de pannen was), ijzergehalte, alles. De volgende dag kreeg ik al een groot aantal uitslagen, die allemaal gelukkig goed waren. Alleen Lyme en vitamine D lieten nog op zich wachten, daar moest ik een week later nog even voor terugbellen (al verwachtte ik niet direct dat dat er uit zou komen). We besloten dat ik waarschijnlijk erg toe was aan vitamine V. Vakantie dus.

We gingen op vakantie en dat was heerlijk. Met zijn vijven, ons antieke circuscaravannetje, zon, zee, strand, Haarlem, duinen, vrienden: alles wat je goed doet. De beste remedie tegen een dip is een skinnydip. De ene dag had ik meer energie dan de andere, maar ik voelde me toch langzaamaan opladen. Weer wat meer mezelf worden… de Vitamine V deed zijn werk. En toch was ik er duidelijk nog niet helemaal.

Nu we weer terug zijn van vakantie besloot ik toch nog even bij de huisarts na te vragen of er verder nog iets uit die vijf buisjes bloed was gekomen wat eventueel mijn staat van zijn kon verklaren. Inderdaad, geen Lyme, maar wel een tekort aan: Vitamine D.

En dan ga je googelen, hè? Wat houdt dat in, wat doet vitamine D nou eigenlijk voor je? Kort gezegd kun je je door een tekort moe, sikkeneurig en lusteloos voelen, kun je kilo’s afvallen, rusteloos zijn en kan je weerstand beneden alle peil zijn. Vitamine D krijg je door zonlicht en door voeding. Vegetariërs kunnen wat sneller een tekort ontwikkelen. Daarnaast wordt het toegevoegd aan margarine. Laat dat nou ook iets zijn wat wij sinds een tijdje uit ons eetpatroon hebben verwijderd, nadat we ontdekten dat margarine bestaat uit een verzameling kunstmatige voedingsmiddelen en is ontstaan als snel vetmestmiddel voor kalkoenen (die daar massaal aan doodgingen, dus toen moesten ze wat anders met dat spul: er werd wat gele kleurstof aan toegevoegd en voilá, de kunstboter was uitgevonden).

Nou ja, en dan bouw je een tekort op, schijnbaar. Ik krijg nu een kuur met het pure spul, en dat moet me gaan helpen.

Ik voel aan een een paar plekken op mijn huid dat ik in de vakantie toch mijn best heb gedaan met mijn Vitamine D-inname. Zonverbrand en toch een vitamine-D-tekort. Isn’t it ironic, don’t you think…

  

14 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Zeemeerkinderen

12 jaar geleden lagen ze samen in de box, Jip en Hanna. Hanna met wel 2 weken meer levenservaring de oudste. Nu is zij de liefste frêle elf, Jip noemt ze ‘reus.’ Twee jaar na hen werden Nisse en Elske geboren, onze creatieve dramaking en -queen. Ze passen zo goed, die twee setjes vrienden. Op zich niet gek, wij passen zo goed bij hun ouders, maar toch, het blijft prachtig om te zien. Neeltje voegt zich er wel tussen en altijd, altijd is het fijn als we elkaar zien. We brachten samen een vakantiedag door, zwommen ‘s avonds in de warme zee (en wat mooi waren ze, de kinderen in het water, het liefst kwamen ze er nooit meer uit), deden hints op het strand met als achtergrond de zon die zich loom de zee in liet zakken. En ik werd er zo gelukkig van, de zee, de zon, de vriendschap, de schoonheid in alles wat ik zag. We zagen vallende sterren, maar hadden weinig meer te wensen.

   

    
       

    
   
  

 

 

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Zit je ineens in Indonesië…

We zijn er niet zo goed in, vakanties plannen. Vakanties lijken ons altijd wat te overvallen. Ineens vraagt iedereen: ‘Ga je nog ergens naartoe in de vakantie?’ en moet je een antwoord paraat hebben. Een ferm ‘Nee, we blijven gewoon thuis, home is where the heart is, weet je wel,’ zit er niet in. Mijn hart wil best graag op reis. Rinke weet het dan weer niet zo goed met op reis gaan. Ik doe voorstellen, hij kaatst ze af. Dus plannen we maar niet en zien het op het laatste moment wel. Dat werkt doorgaans het best. 

Zondagochtend werd ik wakker met het verlangen naar Indonesië te gaan en zowaar, Rinke vond het ook een goed idee. Ineens ging het snel, we gristen wat spullen bijelkaar, smeerden onszelf in met zonnebrand en we waren klaar om te gaan. Jip had nog een bon liggen van de WNF-rangers, waarmee hij gratis mocht reizen, Nisse en Neeltje kregen korting met hun bibliotheekpas. En zo was het nog best te doen, deze trip. 

De reis ging sneller dan verwacht, we waren er eigenlijk zo. En ah… Er te zijn… 

   
    
    
    
    
    
    
 
Taman Indonesia, op 17 km van ons huis, wat hebben we er ons vermaakt. Het is een klein Indonesisch dierenpark, waar we praatten met de beo’s, de mooiste veren verzamelden en lekker aten. Daarna gingen we nog even door naar Sneek. Óók leuk.  

14 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Vakantie, de don’ts en do’s.

De kinderen hebben er al drie vakantieweken opzitten. Jip vermaakt zich altijd wel, voetbalt zich suf, vermaakt zich met zijn vrienden en heel puberesk eens een hele dag bankhangen, een beetje lezen en gamen vindt hij ook geen probleem (‘Haha, mam, moet je kijken. Senna en ik racen samen in de sufste auto’s, nog 75 rondjes te gaan.’ Senna: ‘O man, 75 rondjes, ik heb er zin in.’ Ik: ‘Hoe lang doe je over 75 rondjes?’ Jip: ‘Ooh, 3 uur of zo.’)

Maar dan Nisse en Neeltje… Het liefst spelen ze met de buurmeiden, maar die zijn in Zweden. Ze verzorgen hun konijn en hamster, maar verder is het toch wat saai zonder Anna, Julia en Eva. Ik besloot dus maar eens tot iets dat ik al jaren niet gedaan had: alleen met de kinderen weg met de auto. (Het blijft wat riskant, ik ben nogal onstabiel qua pijn,  maar ik had het idee dat het nu moest kunnen.) Naar de ijsboerderij gingen we, die eigenlijk de Drenthse Koe heet, maar dat vind ik een stomme naam. Ik houd het dus bij de ijsboerderij, ze maken er immers waanzinnig lekker ijs. Verder is het een speelparadijs. Eerder had je er eigenlijk niet veel meer dan een reusachtig luchtkussen waar je op kon springen, een maisdoolhof,  wat trampolines en een paar traktortjes en kwamen we er graag. Ik bracht mijn verjaardag ooit springend op dat grote luchtkussen door (ik werd 32 of zo) en had een topdag. Nu kwamen we er aan, zagen dat de parkeerplaats 5 keer zo groot was geworden, konden de auto op het allerlaatste plekje kwijt en keken verbaasd naar de ijsboerderij. Zo hé… Het was… Groot. Het hele grote springkussen was verdwenen, het maisdoolhof ook. Er waren spring-, klauter-, race- en waterdingen voor in de plaats gekomen. Ertussen miegelde het van de kindertjes. Nisse en Neeltje sprinten weg zodra we er waren, probeerden alle speeltoestellen uit en ik zag ze de hele middag niet terug, behalve als ze met rode wangen om wat drinken kwamen vragen. 

Ja, nee, zo ging het dus niet echt… Dat deden álle kinderen, uitgelaten rondrennen, maar niet de mijne. Oké, het ‘glow in the dark’-voetbal vonden ze leuk (als ik meedeed) en paardrijden op pluche paarden ook.  

  


Ze deden eens een rondje op een traktor, waagden zich na lang aandringen van mijn kant op een springkussen, maar waren telkens na 2 minuten alweer terug bij mij en mijn boek. Ik had me op veilige afstand van de meute opvallend obese moeders naast het laarzenrek genesteld. Ik voelde me wat verloren naast al die grote dames in witte driekwartleggings en olijke vrolijke tuniekjes. Ze schreeuwden ook maar de hele tijd dingen als ‘Damien, hierrr komen, nú! Lúísteren, jij!’ Dan liever de geur van mest in mijn neus en een beetje rust. Toen ik onderstaande naast me zag, vroeg ik toch maar eens of zíj het eigenlijk wél leuk vonden.   

We namen nog maar een ijsje – ah nee, hè, rótwespen! – en dropen af. 

Wat kon ik dan nog wel alleen met ze gaan doen? Naar een museum, dat zouden ze leuk vinden, maar dat was wat ver. Naar de Zwarte Dennen dan! Daar was ik gisteren met ze. Weer een uitje waarbij ik zelf heen en terug moest rijden, maar het ging goed en wat was het heerlijk… Een bijna leeg strand om een bijna leeg meer in het bos… Nisse en Neeltje speelden, lazen Suske en Wiske’s, ik keek toe, glimlachte, baadde pootje en las. 

Dit vinden mijn kinderen dus fijn. En ja, ik ook… We zuchtten alledrie nog maar eens gelukzalig, dít gaan we vaker doen.

   
   
 

 

   

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Iets duisters

Ik voelde hoe distels en brandnetels langs mijn benen zwiepten, maar zag ze niet, daar was het te donker voor. Ik liep een paar passen, draaide me om en rilde. Ze stonden er nog steeds. Een man en een vrouw staarden me zwijgend aan vanuit een bos. Alles om hen heen donker, op de boomstammen na die pilaren leken in het bos dat me deed denken aan een kathedraal. En zij zelf, ze leken licht te geven. Met het kippenvel op mijn armen maakte ik foto’s van ze. 

Ik dacht: ‘Nu ken ik ze zo goed, die twee, sterker nog, ík vroeg ze daar in dat bos te gaan staan en toch vind ik het eng ze te zien. Laat er maar niemand hier per ongeluk langskomen, die krijgt een hartverzakking.’ 

Ik vroeg José en Rinke voor me te poseren. Terwijl ze dat deden, werden ze anderen. Dat voelde ik niet alleen, dat voelden zij ook. Ik vroeg me af wat ze in hun schild gevoerd hadden, deze twee, iets duisters… Niet José en Rinke zelf, maar wel het duo dat ik voor mijn lens had. 

Kom, ik neem jullie mee naar de dijk bij Lent…

                                    

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized