De Ottawagangers

Zo snel als de tijd gaat… ‘Het lijkt erop dat ik een jaar in Canada kan gaan werken!’, zei José, lang geleden alweer. En ik riep dingen als ‘Oooh! Wat geweldig!’ ‘Wat leuk voor jullie!’ en dacht ‘Canada… Dat is echt belachelijk ver weg…’ en ‘Maar het duurt nog heel lang voor ze gaan, pfioew!’ 

Dat ‘heel lang’ viel dus wat tegen. Ineens gaan ze volgende maand al, onze vrienden Tijmen, José en Koosje Jans. Dit weekend was er Uda Exposed, waarbij de straat in Lent waar Tijmen en José wonen verandert in 1 grote expositieruimte. Wij exposeerden er al een paar keer, maar  dit keer lieten we verstek gaan. Toch waren vandaag in Lent. Nog even tijd met onze vrienden en dit keer zelf eens wat rondkijken op de expo (dat was er op de eerdere edities niet van gekomen). 

En dat was fijn… De vanzelfsprekendheid samen te zijn, rondkijken op Uda Exposed. En tegelijkertijd was er het besef: dit missen we straks dus wel… Nog maar snel een keer afspreken voor een keer logeren en dan is het straks toch echt zover. 

Maar… Als de maanden zo snel omvliegen tot hun vertrek, dan zijn ze dus ook in een mum van tijd weer terug. Ha! 

           

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Mijn meisje en ik

Haar broers naar school, haar vader op zijn werk; we waren even alleen, zij en ik. Samen naar logopedie en daarna de stad in om koffie te halen. 

In haar ongelukkige periode, op de school waar ze niet dat vond wat ze nodig had, ontwikkelde ze een hakkelende manier van spreken. Nu bloeit ze zichtbaar op en gaan we naar de logopediste om uit te zoeken hoe we haar weer vloeiend kunnen laten praten. Neeltje geniet van de testjes van de logopediste en dan horen we straks wel wat de logopediste slim vindt om te gaan doen. Ik merk dat het vanzelf al wel een stuk beter gaat, maar als Neeltje een verhaal wil vertellen, of als ze (tijds-)druk voelt, dan neemt het gehakkel weer de overhand. 

Ik vond, als we dan toch koffie gingen halen, konden we net zo goed op het terrasje bij de koffiewinkel wat gaan drinken, mijn meisje en ik. Dat deden we nog nooit immers, samen wat gaan drinken.

Koffie voor mij, appel-perensap voor haar, bonbons voor ons samen. Het carillon speelde Perfect Day. Ik hield mijn meisje vast, gaf haar kusjes op haar wangen, in haar hals, op haar haar; zo’n liefje moet gekoesterd. En ik vertelde haar over hoe blij ik ben dat ze er is. Hoe ik naar haar verlangd had voor ze zich aandiende. Hoe tijdens het hardlopen, voor ik zwanger was van haar, haar naam door mijn hoofd zong op de kadans van mijn passen: Neel-tje, Neel-tje. 

Bijna 7 jaar in mijn leven, zij, en ook daarvoor droeg ik haar dus al bij me. Och, meisje, meisje, wat maak je me blij.   

      

Jee, deze foto’s lijken nu alweer verouderd: ‘Mam… Ik wil toch weer graag een pony. Wil je mijn haar knippen?’ Maar natuurlijk! (En mocht ze zich toch weer bedenken, ik knipte haar haar nu een maand niet, dan is het dus al zó gegroeid, het zit er zo weer aan.)

        

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Kunst die onder je huid kruipt – een bezoek aan het Stedelijk.

Of wij nog treinkaartjes wilden, vroeg Koert. Alleen afgelopen weekend nog geldig. En zo hadden we ineens 2 treinkaartjes. ‘Iemand nog een treinkaartje?’, twitterde Martin. Nou… Nu Jip 12 is moeten we voor hem ook het volle pond betalen in de trein, als we dan ineens toch op pad zouden gaan, zou dat handig zijn. 

En zo gingen we gisteren, naar Amsterdam, naar Matisse in het Stedelijk, want die wilden we zo graag nog zien. Een perfecte dag om te reizen, Nederland badend in zonlicht, leuke medereizigers in de trein (ha, Tienke!) en Amsterdam… Ik hou van Amsterdam. 

We liepen door steegjes, langs grachten, lieten onze benen boven het water bungelen, zagen de ene na de andere bijna-aanvaring. Echt, prima vermaak, je broodje falafel eten langs de gracht en bootjes kijken. Honderd rondvaartboten met duizend touristen erin langs zien komen. Ik ben benieuwd op hoeveel foto’s van onbekenden we staan (‘Één, twee, drie, nú zwaaien!’). 

Eigenlijk hadden we ons zo ook wel een dag kunnen vermaken, een beetje bootjes kijkend langs de gracht. Op Jip na dan, met zijn ‘Gaan we? Gaan we nou?’ Jip wilde door door door, nog zoveel te zien. Hij had gelijk ook. De breakdancers op het Leidseplein waren ook leuk namelijk en ijsjes eten op het Museumplein was buitengewoon aangenaam. En dan het Stedelijk… Een ontmoeting met Monsieur Matisse…

Matisse, zijn tijdgenoten, wat was er veel moois te zien. Rinke en ik konden allebei veel vertellen over wat er te zien was, Jip, Nisse en Neeltje keken mee, praatten mee en god, wat genoten we daar met ons vijven van. Een fijne overzichtstentoonstelling was het, met veel werk dat we nooit eerder gezien hadden. Odalisken, prachtige modeltekeningen, kledingstukken en imposante knipselwerken. 

Maar er was meer. The Beanery van Kienholz, een heel klein café, nagebouwd, waar de tijd stil staat. Je hoort een geluidsopname uit de oude (afgebroken) echte Beanery, je ruikt verschraald bier en sigarettenrook. De stamgasten erin hebben klokken als hoofden en langs die mensen lopen… Ik vind het heel benauwend, bijna eng. Er is amper ruimte in ook, je moet je best doen er niets aan te raken. Ik was er ooit eens in geweest, dat was me heel erg bijgebleven toen, nu was er weer de kans erin te kijken. Neeltje durfde best met Rinke, Nisse bedankte voor de eer en ik ging met Jip. Beiden griezelend, want we vinden poppen eng en levensgrote houten mensen met klokkenhoofden al helemaal. Het hele interieur doet me griezelen overigens. Wat is er nou vooral zo eng? Je stapt terug in de tijd en toch leeft het er nog, door de geur en het geluid. Het geeft het gevoel dat de stamgasten misschien toch ook nog tot leven zouden kunnen komen. Een hand op je schouder of je bil… Huuu! 

We zagen gisteren genoeg kunst die ons raakte omdat we het mooi vonden, maar kunst kan je dus ook bijblijven omdat het je een unheimisch gevoel geeft. Zo was er in de nieuwe vleugel een tentoonstelling van Ed Atkins. Recent Ouija. Indrukwekkend was het. Grote projecties van computeranimaties met geluid erbij. Nisse kneep er tussenuit, vond het veel te spannend. Het kroop onder de huid, dit werk. Zal Nisse zich de Matisses later nog herinneren? Misschien, hij vond ze mooi. En het werk van Kienholz en Atkins? Waarschijnlijk wel. En wil hij die dan later nog eens ondergaan, om te weten of ze hem nog zo raken? Als hij op zijn moeder lijkt wel, ja. Het is heerlijk om je te laten overweldigen door een kunstwerk. Omdat het zó mooi is of omdat je er bijna bang van wordt. Dat heb je nog nooit ervaren? Probeer het maar eens, het kan nu allebei in het Stedelijk.

(Koert en Ageeth, Martin en Simone, dank jullie wel voor het mede mogelijk maken van deze heerlijke dag!)

   
                                                 

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Jarige Jip

Tegenwoordig breng ik ‘s ochtends Neeltje naar haar school, de jongens lopen zelf naar hun school, die dichtbij is. Maar vanmorgen bracht ik Jip naar school, mijn jarige Jip. 

We zongen vanmorgen vroeg voor hem, hij pakte glunderend zijn cadeautjes uit en we ontbeten met taart: hij is zó jarig. Af en toe flitsten mijn gedachten terug naar 12 jaar geleden, naar het prachtige kleine jongetje dat ineens niet meer in mijn buik zat, maar erop lag en me aankeek: hoi mam. 

Hij is nu allesbehalve klein. Dat viel me op het schoolplein maar weer eens extra op. Sodeju, wat een groot kind is hij tussen zijn klasgenoten. Het is bijna cartoonesk. Ik checkte de groeigrafiek eens: hij is nu zo groot als een gemiddelde jongen van 16,5. Maar ach, zo raar is dat niet, verder is hij ook bovengemiddeld lief en grappig, dus waarom zou zijn lengte daarin achterblijven?      

   

16 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Ik ga uit logeren en ik neem mee… Een koffertje vol inzicht.

Wat was het goed dat ik mijn vorige logje schreef. Ik kreeg er veel reacties op en het zorgde voor helderheid in mijn hoofd. De enige die geen begrip voor mij had was ik zelf. Niemand verlangt meer van mij dan ik kan, alleen ikzelf doe dat. 

En dus ging ik stug weer uit logeren – iets waar ik het de laatste tijd moeilijk mee had, omdat ik gezellig, leuk en sprankelend wil zijn als ik op visite ben, niet wil zeggen ‘laat me maar even met rust, het is even genoeg geweest.’, want dat is in mijn ogen weinig gezellig, leuk of sprankelend. Maar… Waarom deed ik daar eigenlijk zo moeilijk over? Is het niet al geweldig genoeg dat ik het weer kan, ergens naartoe? Is het niet logisch dat ik niet meteen van 0 naar 100 kan? 

We logeerden bij Henk en Nienke in Utrecht afgelopen weekend. Mijn nieuw verworven inzicht nam ik mee met de rest van de logeerspullen. En ik genoot, net als de rest van de Santenkraam, net als Henk en Nienke. Ik genoot van de stroom aan fijne gesprekken, van het leuke huis waar we in logeerden, van wandelen door Utrecht, van een nachtje in het bed van Henk en Nienke mogen slapen, van me op hun bank terugtrekken en vanaf een afstandje zien hoe de anderen geanimeerd doorpraatten en ik even mijn mond mocht houden, van soezen in het park op een kleedje in de zon om bij te komen van een lange, mooie wandeling. Zonder enige frustratie. 

Ik leer. Ik leer dat ik strenge beelden in mijn hoofd heb over hoe ik volgens mijzelf zou moeten zijn, in allerlei opzichten, maar dat dat achterhaalde beelden zijn. Ik verander en dat is niet erg. Het is goed juist: ik groei. 

   
                 

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Zwijgen is goud, maar hierover maar niet.

Vorig jaar rond deze tijd telde ik de weken, de dagen af. Ik kon bijna niets meer, maar dát kon ik. Maastricht wachtte op me, een operatie waarbij meer dan 1800 vaatchirurgen mee zouden kijken met als doel voor hen: leren van mijn operatie en voor mij: ‘meer kwaliteit van leven.’ Voor de rest was eigenlijk nog niet zo duidelijk wat de opbrengst van de operatie zou kunnen zijn. Ik maakte me maar niet teveel illussies. (Maar ik hoopte wel! Op weer langer dan 10 minuten kunnen zitten of staan, op weer zelf dingen kunnen doen…) 

De operatie kwam, ik schitterde al slapend op het witte doek en mocht een paar dagen later met grote spoed weer voor een lange operatie onder zeil: er was toch iets nog niet helemaal goed gegaan. Spannende dagen, al was ik er rustig onder: het ging al zo lang zo slecht met me, ik wist niet meer hoe het zou kunnen voelen als het beter was en ik was er wel achter: je kunt ook met heel veel pijn, terwijl je bijna niets meer kan, je nog steeds gelukkig voelen. 

Er volgden maanden boven in bed: mijn wond zat op zo’n onhandige plek dat hij opensprong telkens als ik de trap op en af ging. Soms voelde het alsof ik de kamer boven bewoonde terwijl er een gezin beneden me leefde. Na 3 maanden was mijn wond dicht en mocht ik weer wat met het leven om me heen mee gaan doen. Het is raar hoe dat in je hoofd gaat: al die tijd kon ik in mijn hoofd alles wat een gezond mens kan. Het is niet zo dat je hoofd het meteen snapt als je lijf het niet meer doet, je hebt toch een bepaald beeld van hoe je bent in je hoofd, dat is niet zomaar weg. Ook niet door 2 jaar liggen en elke dag pijn alsof je een bevalling moet doen. Toen mijn lijf me weer enigszins de kans gaf, wilde ik ook meteen weer alles kunnen wat ik in mijn hoofd al die tijd gewoon nog kon:  lopen, dansen, badmintonnen op een camping, mijn huishouden doen, méédoen! 

En hoe werkt dat nou in de praktijk? 

Ja nou nee, niet zoals in mijn hoofd. Ik loop weer, ik dans weer, ik deed het, dat badmintonnen, ik doe weer mee in het huishouden en oh! Ik fiets weer! Dat vind ik geweldig! Maar nog altijd leef ik elke dag met het spook van May Thurner. De zenuwpijn, het oedeem, ik kan er niet omheen. Ik ben niet zo hulpbehoevend meer als voorheen, maar de vrijheid om te doen wat ik wil heb ik ook niet. Elk moment kan de pijn weer toeslaan en ben ik ineens gevloerd. Het is het type pijn waardoor je in 1 klap doodop bent, alles teveel is, praten ook. (Zo blij ben ik met mijn foon dan, typ ik, hoef ik niet te praten om toch te kunnen communiceren.) Het is niet iets waar ik een paar keer per week mee te maken heb, nee, dit is er elke dag. Mijn nek en schouders snappen niets van het weer meer rechtop zijn, die protesteren flink en zorgen dan weer voor migraine. 

Hier thuis kan ik er aardig mijn weg mee vinden, daarbuiten is het vaak lastiger. Ze weten hier wel wat ze van me kunnen verwachten, ik crash geregeld en dat is dan maar zo. Spreek ik echter blij af op visite te gaan of te logeren (want in mijn hoofd kan ik alles immers), kom ik er op de heenweg in de auto al achter dat – o ja, dat was ook zo… – lange autoritten moeilijk zijn. Op adrenaline, omdat ik zo geniet van sociale contacten, lukt het me vervolgens wel een tijdje, maar dan komt toch een keer het moment dat ik er ongenadig van langs krijg en geen kant op kan, want… Op visite. 

Ik had het daar moeilijk mee de afgelopen periode. Duidelijk vooruit gegaan zijn, maar niet ‘gewoon’ zijn. Het is wankelen: ik weet dat bepaalde zaken de pijn uit kunnen lokken (een praatje staan maken in de supermarkt is nog steeds niet slim bijvoorbeeld) maar heel vaak heb ik ook geen enkel idee wat de precieze aanleiding ervoor is dat het weer mis gaat. Ik wil best doen wat het beste voor me is om de pijn te voorkomen, maar vaak heb ik er geen idee van wat dat dan wel is. (Aan het weer kan ik niets veranderen bijvoorbeeld.)

Wel weet ik dat – voor mijn gevoel heel egoïstisch – mijn eigen gang gaan het best voor me is. Geregeld bewegen, rust pakken wanneer dat nodig is en mijn mond houden en me afsluiten om bij te komen. Ik praat zo graag, maar ik apprecieer zwijgen steeds meer. 

Waarom schreef ik allang niet over hoe het ging? Omdat ik geen zin had jullie en mezelf er steeds mee lastig te vallen. En waarom doe ik dat nu wel? Om voor mezelf helder te krijgen vanwaar ik ook alweer kwam en wat ik al won het afgelopen jaar. (Veel!) En ik doe het omdat ik misschien wel met je afspreek of afgesproken heb dat ik langs wil komen of dat je bij mij komt en dat je dan begrijpt hoe graag ik het wil, maar dat het niet vanzelfsprekend is dat het dan ook zomaar lukt. Dat ik misschien tussendoor wel moet gaan liggen en dat dat zó niet is wat ik wil, maar dat je me dan het beste maar even kunt laten gaan. En wie weet kom ik wel op een dag dat het allemaal wèl gewoon lukt. 

Stap ik nu weer op de fiets om mijn dochter naar school te brengen. Want dat doe ik tegenwoordig dus gewoon, hè? Hoera! 

 

17 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Come on, Pilgrim, sta op en wandel!

Hij liep al eens naar Santiago de Compostella, mijn vader, vanaf Portugal, een relatief klein stukje. Een keer écht het Pelgrimspad lopen, dat wilde hij. Op 1 april begon mijn vader met lopen in Uithuizen, Groningen, op 4 april overnachtte hij bij ons, over een dag of 120 verwacht hij Santiago binnen te wandelen. Zware rugzak om, St Jakobsschelp aan de tas om zijn borst gebonden, een pelgrim. Ik zette ‘Come on Pilgrim’ voor hem op en moest lachen dat hij het nog wist, ‘Ha! De Pixies!’, uitriep. Had hij sinds ik uit huis ging niet meer gehoord. 

Als kind wandelde ik graag met mijn vader. Lange wandelingen door de  vrieskou, wolkjes blazend, struinend door weilanden, onder het prikkeldraad door (‘Mag dit wel, pap?’ ‘Jawel, hoor.’). Soms moet je wel eens door verboden gebied om daar te komen waar je wezen wil. 

Ik hield van de wandelvakanties door Frankrijk: rugzak op, tentje mee, reizen met de trein en wandelen maar. Ooit liep ik zo al met hem, mijn moeder en broertje bij Vezelay, dat ook op de pelgrimsroute ligt. (Ik zie de foto en denk ‘Oh ja, één knuffel kon er mee, een heel kleintje, anders werd het te zwaar. En ik rolde mijn sokken op toen, vond ik mooi staan. Meisje van acht…)

Sanneke sous Vezelay, 01-08-1982

Nu liepen we met ons zessen een stukje van het Jakobspad bij de Wijk. Best toepasselijk met Pasen: sta op en wandel. Ik had wel verder mee willen lopen; de dag was zo mooi, het lopen zo fijn en het besef raar: nu zien we elkaar maanden niet. We zwaaiden elkaar uit, hij vervolgde zijn pelgrimspad, wij liepen de weilanden in, kropen onder prikkeldraad door, haalden natte voeten, verdwaalden enigszins en bekommerden ons daar niet om. En ik dacht: ‘Ja, zo hoort het.’

Lieve papa, geniet van je vrijheid en al het moois onderweg.   

  

  

  

  

  

     

    

  

 

13 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized