Zit je ineens in Indonesië…

We zijn er niet zo goed in, vakanties plannen. Vakanties lijken ons altijd wat te overvallen. Ineens vraagt iedereen: ‘Ga je nog ergens naartoe in de vakantie?’ en moet je een antwoord paraat hebben. Een ferm ‘Nee, we blijven gewoon thuis, home is where the heart is, weet je wel,’ zit er niet in. Mijn hart wil best graag op reis. Rinke weet het dan weer niet zo goed met op reis gaan. Ik doe voorstellen, hij kaatst ze af. Dus plannen we maar niet en zien het op het laatste moment wel. Dat werkt doorgaans het best. 

Zondagochtend werd ik wakker met het verlangen naar Indonesië te gaan en zowaar, Rinke vond het ook een goed idee. Ineens ging het snel, we gristen wat spullen bijelkaar, smeerden onszelf in met zonnebrand en we waren klaar om te gaan. Jip had nog een bon liggen van de WNF-rangers, waarmee hij gratis mocht reizen, Nisse en Neeltje kregen korting met hun bibliotheekpas. En zo was het nog best te doen, deze trip. 

De reis ging sneller dan verwacht, we waren er eigenlijk zo. En ah… Er te zijn… 

   
    
    
    
    
    
    
 
Taman Indonesia, op 17 km van ons huis, wat hebben we er ons vermaakt. Het is een klein Indonesisch dierenpark, waar we praatten met de beo’s, de mooiste veren verzamelden en lekker aten. Daarna gingen we nog even door naar Sneek. Óók leuk.  

14 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Vakantie, de don’ts en do’s.

De kinderen hebben er al drie vakantieweken opzitten. Jip vermaakt zich altijd wel, voetbalt zich suf, vermaakt zich met zijn vrienden en heel puberesk eens een hele dag bankhangen, een beetje lezen en gamen vindt hij ook geen probleem (‘Haha, mam, moet je kijken. Senna en ik racen samen in de sufste auto’s, nog 75 rondjes te gaan.’ Senna: ‘O man, 75 rondjes, ik heb er zin in.’ Ik: ‘Hoe lang doe je over 75 rondjes?’ Jip: ‘Ooh, 3 uur of zo.’)

Maar dan Nisse en Neeltje… Het liefst spelen ze met de buurmeiden, maar die zijn in Zweden. Ze verzorgen hun konijn en hamster, maar verder is het toch wat saai zonder Anna, Julia en Eva. Ik besloot dus maar eens tot iets dat ik al jaren niet gedaan had: alleen met de kinderen weg met de auto. (Het blijft wat riskant, ik ben nogal onstabiel qua pijn,  maar ik had het idee dat het nu moest kunnen.) Naar de ijsboerderij gingen we, die eigenlijk de Drenthse Koe heet, maar dat vind ik een stomme naam. Ik houd het dus bij de ijsboerderij, ze maken er immers waanzinnig lekker ijs. Verder is het een speelparadijs. Eerder had je er eigenlijk niet veel meer dan een reusachtig luchtkussen waar je op kon springen, een maisdoolhof,  wat trampolines en een paar traktortjes en kwamen we er graag. Ik bracht mijn verjaardag ooit springend op dat grote luchtkussen door (ik werd 32 of zo) en had een topdag. Nu kwamen we er aan, zagen dat de parkeerplaats 5 keer zo groot was geworden, konden de auto op het allerlaatste plekje kwijt en keken verbaasd naar de ijsboerderij. Zo hé… Het was… Groot. Het hele grote springkussen was verdwenen, het maisdoolhof ook. Er waren spring-, klauter-, race- en waterdingen voor in de plaats gekomen. Ertussen miegelde het van de kindertjes. Nisse en Neeltje sprinten weg zodra we er waren, probeerden alle speeltoestellen uit en ik zag ze de hele middag niet terug, behalve als ze met rode wangen om wat drinken kwamen vragen. 

Ja, nee, zo ging het dus niet echt… Dat deden álle kinderen, uitgelaten rondrennen, maar niet de mijne. Oké, het ‘glow in the dark’-voetbal vonden ze leuk (als ik meedeed) en paardrijden op pluche paarden ook.  

  


Ze deden eens een rondje op een traktor, waagden zich na lang aandringen van mijn kant op een springkussen, maar waren telkens na 2 minuten alweer terug bij mij en mijn boek. Ik had me op veilige afstand van de meute opvallend obese moeders naast het laarzenrek genesteld. Ik voelde me wat verloren naast al die grote dames in witte driekwartleggings en olijke vrolijke tuniekjes. Ze schreeuwden ook maar de hele tijd dingen als ‘Damien, hierrr komen, nú! Lúísteren, jij!’ Dan liever de geur van mest in mijn neus en een beetje rust. Toen ik onderstaande naast me zag, vroeg ik toch maar eens of zíj het eigenlijk wél leuk vonden.   

We namen nog maar een ijsje – ah nee, hè, rótwespen! – en dropen af. 

Wat kon ik dan nog wel alleen met ze gaan doen? Naar een museum, dat zouden ze leuk vinden, maar dat was wat ver. Naar de Zwarte Dennen dan! Daar was ik gisteren met ze. Weer een uitje waarbij ik zelf heen en terug moest rijden, maar het ging goed en wat was het heerlijk… Een bijna leeg strand om een bijna leeg meer in het bos… Nisse en Neeltje speelden, lazen Suske en Wiske’s, ik keek toe, glimlachte, baadde pootje en las. 

Dit vinden mijn kinderen dus fijn. En ja, ik ook… We zuchtten alledrie nog maar eens gelukzalig, dít gaan we vaker doen.

   
   
 

 

   

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Iets duisters

Ik voelde hoe distels en brandnetels langs mijn benen zwiepten, maar zag ze niet, daar was het te donker voor. Ik liep een paar passen, draaide me om en rilde. Ze stonden er nog steeds. Een man en een vrouw staarden me zwijgend aan vanuit een bos. Alles om hen heen donker, op de boomstammen na die pilaren leken in het bos dat me deed denken aan een kathedraal. En zij zelf, ze leken licht te geven. Met het kippenvel op mijn armen maakte ik foto’s van ze. 

Ik dacht: ‘Nu ken ik ze zo goed, die twee, sterker nog, ík vroeg ze daar in dat bos te gaan staan en toch vind ik het eng ze te zien. Laat er maar niemand hier per ongeluk langskomen, die krijgt een hartverzakking.’ 

Ik vroeg José en Rinke voor me te poseren. Terwijl ze dat deden, werden ze anderen. Dat voelde ik niet alleen, dat voelden zij ook. Ik vroeg me af wat ze in hun schild gevoerd hadden, deze twee, iets duisters… Niet José en Rinke zelf, maar wel het duo dat ik voor mijn lens had. 

Kom, ik neem jullie mee naar de dijk bij Lent…

                                    

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Ik hol een beetje achter de zaken aan hier

Had ik al wel verteld dat Jip zijn nieuwe klasgenoten en mentor ontmoette, op zijn nieuwe school? Hoe enthousiast hij was? Dat hij bij de zoon van mijn lieve oud-tekencollega in de klas komt, die hij al van kleins af aan kent, maar de laatste jaren niet vaak meer zag. Zo’n leuk toeval. Nee, hè? Dat dacht ik al. 

Dat wij zelf op zijn school mochten gaan kijken, een informatieavond bijwoonden en zo gelukkig waren: VWO+ voor Jip, in een fijn, vast lokaal, met een zo aardige leuke mentor (ik was mentor voor 2 van haar kinderen). We gunden hem dit zo en nu is het echt, dit is zijn toekomst. Vertelde ik zeker ook nog niet. 

Dat Nisse een rapport had waarvan je steil achteroverslaat, zo mooi en dat hij volgend jaar dezelfde meester weer heeft die hem dit jaar zo uitdaagde en die nú al extra materiaal bij elkaar aan het sprokkelen is om Nisse volgend jaar die extra uitdaging weer te kunnen geven. Was ik heel blij om, hád ik even kunnen vertellen hier. 

Dat Neeltje 7 werd en ik 41. Op dezelfde dag, aangezien we het prettig vinden samen jarig te zijn. Dat was toch zéker vermeldenswaardig. Dat we samen toegezongen werden door 42 kinderen een meester en een juf, zó speciaal, zó feestelijk… Dat we het vierden op de Hoge Veluwe, die hele Veluwe afraceten op onze witte fietsen en Neeltje ons makkelijk bijhield op haar kinderfietsje. Dat we er zalig picknickten met de lekkerste kleffe worteltaart ooit en dolgelukkig door Kröller Müller en de beeldentuin struinden. 

Dat Jip zijn eindmusical had, in de vorm van een film nog wel en sinds vandaag echt van de basisschool af is. Dat het voor Nisse en Neeltje ook vakantie is nu. O wacht, met dat laatste ben ik zowaar op tijd, dat gebeurde vandaag! 

Het kwam ook maar allemaal zo tegelijk, al dat belangrijks, maar ik kon het toch minstens even melden hier. Bij deze dan, met als goedmakertje een berg foto’s. 

(Haha, en dat ik dat dan schreef en het vervolgens niet postte. Want ik schreef dit helemaal niet vandaag, maar vorige week vrijdag.) 

   
  

Jariger kun je je niet voelen denk ik.

  
  

Picknick op de Hoge Veluwe. Het regende, maar we hadden een fijne boom om onder te schuilen.

  

Neeltje en ik in het kunstwerk voor Kröller Müller, de mannen er buiten. Én toch samen op de foto!

  

Neeltje ontdekte dat deze postbode van Van Gogh een konijntje in zijn baard heeft, en verrek zeg… dat ik dat nou nooit eerder gezien had…

  

Aankomst van Jip bij de basisschool voor de eindmusical. In zo’n mooie auto!

  

Jip en vriend Jeoniss, op naar de rode loper.

  
 

Jip op zijn eerste schooldag op weg naar school.

  

Jip op zijn laatste schooldag op weg naar school.

 

 

7 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De Ottawagangers

Zo snel als de tijd gaat… ‘Het lijkt erop dat ik een jaar in Canada kan gaan werken!’, zei José, lang geleden alweer. En ik riep dingen als ‘Oooh! Wat geweldig!’ ‘Wat leuk voor jullie!’ en dacht ‘Canada… Dat is echt belachelijk ver weg…’ en ‘Maar het duurt nog heel lang voor ze gaan, pfioew!’ 

Dat ‘heel lang’ viel dus wat tegen. Ineens gaan ze volgende maand al, onze vrienden Tijmen, José en Koosje Jans. Dit weekend was er Uda Exposed, waarbij de straat in Lent waar Tijmen en José wonen verandert in 1 grote expositieruimte. Wij exposeerden er al een paar keer, maar  dit keer lieten we verstek gaan. Toch waren vandaag in Lent. Nog even tijd met onze vrienden en dit keer zelf eens wat rondkijken op de expo (dat was er op de eerdere edities niet van gekomen). 

En dat was fijn… De vanzelfsprekendheid samen te zijn, rondkijken op Uda Exposed. En tegelijkertijd was er het besef: dit missen we straks dus wel… Nog maar snel een keer afspreken voor een keer logeren en dan is het straks toch echt zover. 

Maar… Als de maanden zo snel omvliegen tot hun vertrek, dan zijn ze dus ook in een mum van tijd weer terug. Ha! 

           

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Mijn meisje en ik

Haar broers naar school, haar vader op zijn werk; we waren even alleen, zij en ik. Samen naar logopedie en daarna de stad in om koffie te halen. 

In haar ongelukkige periode, op de school waar ze niet dat vond wat ze nodig had, ontwikkelde ze een hakkelende manier van spreken. Nu bloeit ze zichtbaar op en gaan we naar de logopediste om uit te zoeken hoe we haar weer vloeiend kunnen laten praten. Neeltje geniet van de testjes van de logopediste en dan horen we straks wel wat de logopediste slim vindt om te gaan doen. Ik merk dat het vanzelf al wel een stuk beter gaat, maar als Neeltje een verhaal wil vertellen, of als ze (tijds-)druk voelt, dan neemt het gehakkel weer de overhand. 

Ik vond, als we dan toch koffie gingen halen, konden we net zo goed op het terrasje bij de koffiewinkel wat gaan drinken, mijn meisje en ik. Dat deden we nog nooit immers, samen wat gaan drinken.

Koffie voor mij, appel-perensap voor haar, bonbons voor ons samen. Het carillon speelde Perfect Day. Ik hield mijn meisje vast, gaf haar kusjes op haar wangen, in haar hals, op haar haar; zo’n liefje moet gekoesterd. En ik vertelde haar over hoe blij ik ben dat ze er is. Hoe ik naar haar verlangd had voor ze zich aandiende. Hoe tijdens het hardlopen, voor ik zwanger was van haar, haar naam door mijn hoofd zong op de kadans van mijn passen: Neel-tje, Neel-tje. 

Bijna 7 jaar in mijn leven, zij, en ook daarvoor droeg ik haar dus al bij me. Och, meisje, meisje, wat maak je me blij.   

      

Jee, deze foto’s lijken nu alweer verouderd: ‘Mam… Ik wil toch weer graag een pony. Wil je mijn haar knippen?’ Maar natuurlijk! (En mocht ze zich toch weer bedenken, ik knipte haar haar nu een maand niet, dan is het dus al zó gegroeid, het zit er zo weer aan.)

        

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Kunst die onder je huid kruipt – een bezoek aan het Stedelijk.

Of wij nog treinkaartjes wilden, vroeg Koert. Alleen afgelopen weekend nog geldig. En zo hadden we ineens 2 treinkaartjes. ‘Iemand nog een treinkaartje?’, twitterde Martin. Nou… Nu Jip 12 is moeten we voor hem ook het volle pond betalen in de trein, als we dan ineens toch op pad zouden gaan, zou dat handig zijn. 

En zo gingen we gisteren, naar Amsterdam, naar Matisse in het Stedelijk, want die wilden we zo graag nog zien. Een perfecte dag om te reizen, Nederland badend in zonlicht, leuke medereizigers in de trein (ha, Tienke!) en Amsterdam… Ik hou van Amsterdam. 

We liepen door steegjes, langs grachten, lieten onze benen boven het water bungelen, zagen de ene na de andere bijna-aanvaring. Echt, prima vermaak, je broodje falafel eten langs de gracht en bootjes kijken. Honderd rondvaartboten met duizend touristen erin langs zien komen. Ik ben benieuwd op hoeveel foto’s van onbekenden we staan (‘Één, twee, drie, nú zwaaien!’). 

Eigenlijk hadden we ons zo ook wel een dag kunnen vermaken, een beetje bootjes kijkend langs de gracht. Op Jip na dan, met zijn ‘Gaan we? Gaan we nou?’ Jip wilde door door door, nog zoveel te zien. Hij had gelijk ook. De breakdancers op het Leidseplein waren ook leuk namelijk en ijsjes eten op het Museumplein was buitengewoon aangenaam. En dan het Stedelijk… Een ontmoeting met Monsieur Matisse…

Matisse, zijn tijdgenoten, wat was er veel moois te zien. Rinke en ik konden allebei veel vertellen over wat er te zien was, Jip, Nisse en Neeltje keken mee, praatten mee en god, wat genoten we daar met ons vijven van. Een fijne overzichtstentoonstelling was het, met veel werk dat we nooit eerder gezien hadden. Odalisken, prachtige modeltekeningen, kledingstukken en imposante knipselwerken. 

Maar er was meer. The Beanery van Kienholz, een heel klein café, nagebouwd, waar de tijd stil staat. Je hoort een geluidsopname uit de oude (afgebroken) echte Beanery, je ruikt verschraald bier en sigarettenrook. De stamgasten erin hebben klokken als hoofden en langs die mensen lopen… Ik vind het heel benauwend, bijna eng. Er is amper ruimte in ook, je moet je best doen er niets aan te raken. Ik was er ooit eens in geweest, dat was me heel erg bijgebleven toen, nu was er weer de kans erin te kijken. Neeltje durfde best met Rinke, Nisse bedankte voor de eer en ik ging met Jip. Beiden griezelend, want we vinden poppen eng en levensgrote houten mensen met klokkenhoofden al helemaal. Het hele interieur doet me griezelen overigens. Wat is er nou vooral zo eng? Je stapt terug in de tijd en toch leeft het er nog, door de geur en het geluid. Het geeft het gevoel dat de stamgasten misschien toch ook nog tot leven zouden kunnen komen. Een hand op je schouder of je bil… Huuu! 

We zagen gisteren genoeg kunst die ons raakte omdat we het mooi vonden, maar kunst kan je dus ook bijblijven omdat het je een unheimisch gevoel geeft. Zo was er in de nieuwe vleugel een tentoonstelling van Ed Atkins. Recent Ouija. Indrukwekkend was het. Grote projecties van computeranimaties met geluid erbij. Nisse kneep er tussenuit, vond het veel te spannend. Het kroop onder de huid, dit werk. Zal Nisse zich de Matisses later nog herinneren? Misschien, hij vond ze mooi. En het werk van Kienholz en Atkins? Waarschijnlijk wel. En wil hij die dan later nog eens ondergaan, om te weten of ze hem nog zo raken? Als hij op zijn moeder lijkt wel, ja. Het is heerlijk om je te laten overweldigen door een kunstwerk. Omdat het zó mooi is of omdat je er bijna bang van wordt. Dat heb je nog nooit ervaren? Probeer het maar eens, het kan nu allebei in het Stedelijk.

(Koert en Ageeth, Martin en Simone, dank jullie wel voor het mede mogelijk maken van deze heerlijke dag!)

   
                                                 

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized