De droombaan

‘Had je dit gezien?’ vroeg Rinke. ‘Een vacature bij het Drents Museum. Ze zoeken een museumdocent.’ 

Ja, ik had hun tweet erover gezien en ‘m uit zelfbescherming niet aangeklikt. 

‘Voor 4 tot 8 uur in de week…’ 

En daar gingen mijn gedachten met me aan de haal… Misschien zou het wel kunnen, 4 tot 8 uur per week is niet veel ten slotte… Wat een droom, docent zijn op díe plek… 

Ik las de tweet nog eens: ‘Kun jij onze bezoekers een onvergetelijke ervaring bezorgen?’ en wist: ja, dat kan ik. En daar ging mijn vinger, klikte de link aan. 

Op de pagina met de vacature stond een foto, een vrouw met een jongen in het Drents Museum. Maar… Dit leek wel voorbestemd…Die vrouw, dat was ik. Míjn foto onder de pagina met de vacature… Ik las de vacature door en dacht bij alles: dit gaat over mij! Ze zoeken mij! Heel twitter viel laaiend enthousiast over me heen toen ik er iets over postte: ‘Dit is jouw baan!’ ‘Dit is je op het lijf geschreven!’ ‘Het Drents Museum is gek als ze jou hier niet voor aannemen!’ En ja, ik kán goed enthousiasmeren, al helemaal over iets waar mijn hart echt ligt en laat ik nu mijn hart verpand hebben aan het Drents Museum… Ik heb de papieren, ik heb de ervaring, ik heb de liefde voor kunst en ja hoor, laat mij die groepen pubers maar rondleiden, jaren gaf ik kunstonderwijs aan pubers immers en ik deed het zo graag. 

(En daar kwam stiekem de ‘maar’… Ik deed het zo graag.) 

Er kwamen ook bezorgde berichten. ‘Kun je dit wel aan?’ ‘Raak je niet heel teleurgesteld als dit niet lukt?’ ‘Pas je op je uitkering, het kan zijn dat je inkomen er op achteruit gaat als je gaat werken’. Ik wilde het nog even niet, ik wilde nog even blijven dromen, nog even voelen dat ik ergens heel geschikt voor zou zijn. In gedachten liep ik over de mooie trappen in het oude en nieuwe deel van het museum, leerde alle ins  and outs uit mijn hoofd, slurpte de informatie op om hem later door te kunnen geven aan de groepen mensen die ik rond zou mogen leiden. En weet je wat? Ik zag ook kansen me te bemoeien met de opstelling van de vaste collectie en de tijdelijke exposities, want altijd als ik in het museum ben ben ik onder de indruk en geregeld denk ik: ‘Het zou nog mooier, nog beter kunnen!’ Juist omdat ik zo van deze plek hou en ik de collecties en tentoonstellingen altijd van hoog niveau vind kijk ik graag naar hoe ik het nog mooier zou kunnen maken. Het was niet voor niets dat ik graag met mijn gezin gezicht van juist het Drents Museum wilde worden. Ik dacht aan hoe ik plezier zou hebben op de archeologische afdeling, mensen de vuistbijlen zou tonen, wetend dat 1 ervan door mezelf gevonden is. Maar o wacht, de realiteit…

De avond voor ik de vacature las zou ik naar een dansvoorstelling in Zwolle gaan. Mijn zwager en schoonzusje hadden me meegevraagd, nog voor mijn verjaardag. Zo leuk! Maar ik had verschrikkelijk veel pijn. Ik was die dag al met Jip heen en weer naar Zwolle gereden en dat was me gelukt – dat moest ook echt – maar de rest van de dag kon ik niets meer. Er zat niets anders op dan afzeggen, Rinke ging in mijn plaats. Dit is zoals het veel gaat. Niet dat ik vaak de kans heb naar een dansvoorstelling te gaan, integendeel, maar de pijn regeert, altijd. Het museum ligt op een klein uur reizen van mijn huis, alleen het reizen al zou me veel moeite kosten… 

En nog wilde ik het niet weten en belde het UWV. Zo graag wilde ik dus, want bellen, daar houd ik niet van, een instantie bellen, daar heb ik een broertje dood aan. ‘Als u denkt dat u het aankan moet u vooral gaan solliciteren. Er zijn voor de werkgever goede regelingen voor het geval u toch ziek mocht worden. Dan kunnen ze u makkelijk ontslaan en betalen wij u weer.’ Aha. Maar hoe leuk zou het voor mijn werkgever zijn als ik geregeld op het laatste moment af zou moeten zeggen? Een groep scholieren zeg je niet zomaar af. Wat zou ik doen met een groep mensen voor mijn neus als de pijn me zo overneemt dat ik er niet meer goed van kan denken en praten? En mijn inkomen zou dus waarschijnlijk niet hoger worden dan mijn uitkering nu is, terwijl ik het zo vreselijk graag iets breder zou hebben. Al die moeite en pijn, en ja, dan wel een droombaan op een droomplek, maar hoe zou ik hem waarmaken? 

Deze baan is me op mijn geest geschreven, maar mijn lijf is er niet geschikt voor. Lief Drents Museum, ik hoop dat er iemand anders solliciteert die net zo graag wil als ik, maar niet 100% afgekeurd is. 

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Het hoge woord

‘Ik zou hier zo graag over willen schrijven, maar ben terughoudend merk ik.’ Jip: ‘Ik denk dat je het juist wel zou moeten doen. Je hebt er eerder ook al over geschreven, toen het zo slecht ging, nu er verbetering is is dat goed om te melden.’ 

Daar heeft hij een punt. Er is verbetering, ja, maar aan de andere kant is het er niet minder complex op geworden. ‘Als ik erover schrijf, kom ik er niet onderuit ook over jou te schrijven, Neeltje,’ aarzel ik. ‘Dat is prima toch,’ zegt Neeltje. Ze weet precies waar ik op doel. 

Goed, eruit dan maar met het hoge woord. Vijf jaar geleden werd Jip getest. Hij bleek hoogbegaafd. Dat verklaarde veel, maar eigenlijk gebeurde er met die kennis niet zoveel. Hij mocht een uurtje in de week naar een plusgroep, maar dat uur verviel vaak. Zijn werk compacten? Wij hadden daar nog nooit over gehoord, de docenten duidelijk ook niet. Jip deed zijn best zich te voegen. Uit zijn klas gingen er uiteindelijk 2 kinderen naar de havo, de rest naar niveaus daaronder. Je kunt je voorstellen hoe er lesgegeven werd om het begrijpelijk te houden voor het gros van de groep. Jip groeide razendsnel in die laatste basisschooljaren. Inmiddels weten we dat hij met 11 de puberteit al achter zich liet. Hij boog zijn lijf, zijn hoofd, zijn geest om maar een beetje bij de rest te horen. We zijn er nu ook achter dat hij depressief raakte toen. Misschien was hij dat zelfs al veel eerder, hij wist het goed te verbloemen. Jip kreeg grote slaapproblemen, wekelijkste migraineaanvallen, werd apathisch en ging niet meer naar school. Het is vreselijk je kind zo te zien lijden. Er volgde een hele reeks onderzoeken, er kwam niets uit. Behalve uiteindelijk de wetenschap: het is de hoogbegaafdheid die hier achter zit. We hoorden over hoe vaak het gebeurt dat hoogbegaafden vastlopen met dezelfde klachten als Jip: zo slim dat ze niet in het normale systeem passen, depressief en onzeker door het zich altijd naar beneden toe aan moeten passen. Jip krijgt hulp nu: een begaafdheidsdeskundige, een psychiater, een slaappsycholoog. Die laatste zorgde voor de grap van de week: lig je uren wakker in bed? Blijf niet liggen, ga naar beneden, tv kijken. Een bed is om in te slapen, daar ga je pas in als je slaapdrang hebt. Verplicht tot 11 uur ’s avonds opblijven, om half 5 ’s morgens alweer wakker? Dan hup, uit je bed, lekker beneden tv kijken. Jip moest vreselijk lachen om dit advies, maar we doen het toch maar zo. 

Hij vond via internet een groep gelijken, jongeren, jong volwassenen van over de hele wereld. Het is prachtig te zien hoe goed dat contact hem doet.

Afgelopen maanden werkte hij in de Rebound, een klas voor kinderen die tijdelijk niet in hun normale klas kunnen werken. Meestal komen ze daar door gedragsproblemen terecht. Voor Jip is het een veilige en rustige plek om weer aan school te wennen. Eerst met een uurtje per week, inmiddels gaat hij hele ochtenden (al redt hij het niet 5 dagen in de week te gaan, de migraineaanvallen teisteren hem nog steeds) en werkt dan zelfstandig. En vandaag – parapapapaaa – doet hij voor het eerst een uur mee in zijn nieuwe klas, een vwo-brugklas. Hij is blij met de vooruitgang, wij ook, en ik vind hem zo dapper en ben zo trots op hem. Tegelijkertijd weet ik: dit is nog geen eind goed, al goed. Het blijft spannend. 

Nisse gaat sinds een paar maanden naar een Kwadraatschool, een school voor hoogbegaafden. Het valt hem zwaar, hij moet nu wel leren leren. Leren is een groot struikelblok voor hoogbegaafden, doorgaans begrijpen ze alles meteen. Doen ze dat niet, geven ze uit faalangst al snel op. Voor topo 300 plaatsen kennen, in het Chinees gesproken klanken op kunnen schrijven, dat lukt je niet zonder oefenen. Meneer komt voor het eerst in zijn leven thuis met onvoldoendes en moet daarmee om leren gaan. Daarnaast is hij gelukkiger dan ooit. Hij voelt zich begrepen op deze school, is onder gelijken. Wat is het heerlijk om hem zo veel lichter en blijer te zien dan toen hij op een reguliere basisschool zat. 

En dan is er nog het zusje… Het zusje dat toen ze 5 was al begon met vragen: ‘Zeg, moet ik niet eens getest?’ Maar het testen werd niet vergoed, we hadden er simpelweg geen geld voor en de scholen waar ze op zat wilden niet meewerken. Zij zagen geen probleemkind. En nee, Neeltje is ook geen kind dat de juffen problemen zal geven. Ze zal geen aandacht vragen, denkt: ‘De juf heeft het al druk genoeg.’ Maar ondertussen… Een paar weken terug was mijn onrust erover zo groot geworden, mede doordat ik nu wist wat de oorzaak van Jips problemen is, dat we toch een deskundige vroegen haar te testen.  

Inmiddels is het rapport binnen. Neeltje had niet hoger kunnen scoren. ‘Ze komt bijkans volwassen over.’ Naast een volwassene van 13 hebben we er dus ook een in het lichaam van een popje van 8. ‘Zo,’ zei ze toen de uitslagen bekend waren, ‘dan is het wel duidelijk, er is maar 1 school geschikt voor mij: het Kwadraat.’ Weer een schoolwissel. Helaas is er momenteel geen plek daar, ze zal moeten wachten tot augustus. Dat levert heel wat hoofdbrekens op. Haar huidige school zal moeten proberen haar gelukkig te houden en dat valt bepaald niet mee. ‘Eigenlijk is het onmogelijk in het regulier onderwijs een kind met een IQ van 145+ te geven wat het nodig heeft,’ zei een deskundige over haar. Ik zie Neeltje een eilandje worden, een prachtig, slim eilandje. Ik zou zo graag willen dat er vast land voor haar was om bij te horen of wat mij betreft een eilandengroep. Als ze met de groep meedoet of samenwerkt vindt ze dat vervelend omdat ze eindeloos op iedereen moet wachten, werkt ze zelfstandig, dan sjeest ze lekker door de stof zoals zij dat fijn vindt, maar kan ze zich erg alleen voelen. Wat ik fijn vind om te zien: ze is heel blij met de testuitslag, die geeft haar rust en vleugels:’Met dit IQ kan ik worden wat ik wil. In dat geval wil ik dokter worden, onderzoek doen naar borstkanker. Ik ga ervoor.’

Toe maar, meisje, ga jij er maar voor. Ik hoop dat de rest van de wereld je de kans biedt te zijn wie je bent zodat jij de wereld kan geven wat je in je hebt. 

En hierbij heb ik dan eindelijk verteld wat me al zo lang hoog zit. In onze cocon thuis is het fijn, we begrijpen elkaar, een heel nest hoogbegaafden, maar in de buitenwereld kan het knap lastig zijn. ‘Jullie hebben 3 zorgkinderen,’ zei de (heel erg fijne) deskundige die Neeltje testte. Ja, die hebben we. 3 Hele bijzondere kinderen, waar we zó dol op zijn en die ons zo goed passen. 

20 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Hoe het helaas toch niets werd tussen Gerda en Kees

Bewegingloos stond ze daar, als een beeld van Duane Hanson. ‘Ga nou maar mee, het wordt leuk,’ had hij gezegd. ‘Wat moet ik aan dan?’ vroeg ze. ‘Iets vlots,’ zei hij, ‘het is tenslotte een rockconcert, weet je.’ Hij pakte haar bij haar schouders en kust haar op haar neus. ‘En je weet: ik ben verliefd op je, ik vind je overal mooi in.’ Ze wapperde hem weg: ‘Je moet me niet op mijn neus kussen, Kees, dat kriebelt zo, dan moet ik altijd niezen.’ Hij barste in lachen uit, al helemaal toen ze echt begon te niezen en hij het salvo maar amper kon ontwijken. ‘Ik haal je vrijdag om 8 uur op en dan neem ik je mee uit!’ 

Ze keek hem na terwijl hij met verende tred over de parkeerplaats naar zijn Fiat Punto liep. Hij vond haar echt leuk, dat merkte ze wel. Zo verend liep hij niet toen ze hem een maand geleden ontmoette, de fut was er een beetje uit, maar hij leefde zichtbaar op door hun contact. Het was al lang geleden dat hij gescheiden was, zijn kinderen waren al groot, hij had kleinkinderen. Eén ervan zat in een band, hij zou vrijdag in hun stad op komen treden. Natuurlijk wilde hij ernaartoe en nu moest zij dus mee. 

Wat trek je aan als je naar een rockconcert gaat? Ze was wel eens naar een optreden van Benny Neyman geweest. Charmante Benny. Ze was samen met Annemarie geweest toen, die ging wel vaker uit en kon haar tenminste helpen bij wat ze aan moest. En zo droegen allebei hetzelfde: een zwart onderjurkje van glimsatijn van de Zeeman met stroken kant erlangs. Sexy, maar het kon best, vond Annemarie, en niemand die het op zou vallen dat het een onderjurkje was. Beiden toupeerden ze hun haar, Annemarie leende haar van die grote gouden oorringen. ‘Neppers, hoor!’, lachte ze. ‘Dat ziet Benny toch niet van die afstand.’ Het werd een avond om nooit te vergeten. Ze kon elk woord meezingen met Benny en de tranen sprongen haar in de ogen bij Waarom fluister ik je naam nog? Iemand stootte een glas bier over Gerda’s jurkje, wat vies voelde, maar het maakte niet uit, Benny maakte alles goed. 

Annemarie was er niet meer en Benny was ook al jaren dood. 

Ze koos voor een spijkerbroek met een shirtje. Altijd goed. Een rockconcert… Zou het zoiets als Maywood zijn? Die meiden hadden ruzie las ze in de Story, zo jammer toch. Of misschien iets als Normaal? Ze huiverde. Nee, dat zou een type als Kees niet leuk vinden. Hij was een nette man, niet boers of zo. Gut, ze had hem de naam van de band moeten vragen. Niet dat ze daar veel verder mee gekomen zou zijn, ze luisterde eigenlijk nog amper radio. 

Het concert vond plaats in een gebouwtje van de school waar haar buurkinderen op hadden gezeten. Het was een gymzaal geweest of een handenarbeidlokaal. Kees had het haar wel verteld, maar ze was het weer vergeten. Nu werd er geen les meer gegeven, de school had een nieuwe locatie. ‘Leuke plek, hè? vroeg Kees. Gerda vond het er vooral donker en druk. De muziek stond hard: dit was geen Maywood. Maar het concert moest nog beginnen, misschien viel het straks nog best mee. Kees haalde drinken bij de bar. Gerda voelde zich wat verloren in de zaal vol onbekenden, wachtte gespannen tot ze Kees weer zag verschijnen. ‘Doe maar fris,’ had ze gezegd, en nu kwam hij met cola aan. Ze lustte eigenlijk geen cola. Dat ging ze maar niet zeggen, hij lachte zo blij en trots. 

‘Het gaat beginnen!’ zei hij. Er kwam een lange jongen met krullen het podium op. Hij zong een lied over Meppel, haar stad. ‘Zie, het valt best mee,’ dacht ze opgelucht. Het was niet mooi of zo, geen Benny, maar dit kon ze verdragen. ‘Leuke knul, je kleinzoon,’ zei ze. ‘Dit is mijn kleinzoon niet!’ lachte Kees.  ‘Dit is Thomas Aram, komt ook uit Meppel. Als Bart straks optreedt staan we vooraan!’ 

Thomas verliet het podium, maakte plaats voor een vierkoppige band. Ze keek op naar Gerard: moesten ze naar voren nu? ‘Dit is Canshaker Pi!’ werd er enthousiast aangekondigd vanaf het podium. Kees ving haar blik, schudde zijn hoofd: ‘We kunnen nog rustig even hier blijven staan, meissie, ik haal nog een cola voor je!’ Hij was al weg voor ze had kunnen zeggen dat ze liever sinas wilde. 

En toen brak de hel los.

De vier op het podium braken de tent af. Gerda had liever dat ze dat niet deden. Dit kon niemand mooi vinden, toch? Ze hapte naar adem, keek verbijsterd om zich heen: iedereen lachte, knikte mee met de muziek, vooraan bij het podium werd er zelfs gedanst. Ze keek op naar Kees, zag zijn ogen glimmen. ‘Jonge honden!’ schreeuwde hij in haar oor. ‘Wat een branie!’ Gerda riep terug dat ze even naar de wc ging. Daar bleef ze tot ze in de verte het slotapplaus hoorde en er aan de toiletdeur waarachter ze zich verschanste gerammeld werd. 

Terug in de zaal trof ze een ongeruste Kees: ‘Waar was je nou, meissie?’ ‘Ik voelde me even niet zo lekker,’ zei ze, ‘maar nu gaat het wel weer.’ ‘Gelukkig maar,’ zei Kees en kuste haar op haar neus. Ze antwoordde met een nies. ‘Kom,’ zei hij, ‘nu is het tijd om naar voren te gaan, we moeten ons een goed plekje uitzoeken.’ Ze volgde hem door de menigte en ging wat zenuwachtig naast hem staan, anderhalve meter voor het podium. In haar oor riep Kees: ‘Middenvoor! De beste plek!’ Op het podium las ze ‘Indian Askin’. 

De band begon, drie jongens en een meisje. Ze speelden net zo hard als de band ervoor. Kees riep iets in haar oor, maar ze kon het niet verstaan. Bewegingloos stond ze daar, als een beeld van Duane Hansen. Helemaal vooraan. Naast haar had een vrouw duidelijk een geweldige avond. Gerda snapte er niets van. 

Gelukkig was ik niet Gerda, maar de vrouw naast haar. 


4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Puppet

Ik heb de blauwe ogen van mijn vader, de lange benen van mijn oma, de liefde voor tekenen van mijn opa. Interessant hoor, wat je zo in je genenpakketje mee kunt krijgen. En een beetje raar soms. Mijn moeder was bang voor poppen. Ik ben bang voor poppen. Mijn oudste zoon is bang voor poppen. 

Nu wil het toeval dat net in de plaats waar wij wonen tweejaarlijks een internationaal poppenfestival plaatsvindt: Puppet. Jaren geleden deden we een poging ernaartoe te gaan, met een destijds vierjarige oudste zoon Jip. Zodra de zaallichten uitgingen, zette hij het dusdanig op een krijsen dat er niets anders opzat dan de schouwburg te verlaten nog voor we iets van de voorstelling gezien hadden. 

Dit jaar gaven mijn schoonouders ons kaartjes voor Puppet. Jip en Rinke zagen de deleted scenes van de toekomstige voorstelling Watskeburt van de Jeugd van Tegenwoordig met de heren van de Jeugd als muppetpoppen. 


Ik zag met Nisse en Neeltje een prachtige lichtvoorstelling – ha! Geen pop te zien! – over dans van Lichtbende. En hoe fijn is samen naar een voorstelling kijken…

Met ons allen  werden we meegelokt door het Vlaamse duo van Theater Tieret voor een voorstelling over gedachtes, herinneringen, waarbij de heren achterhaalden dat ik in staat ben met mijn gedachten de geur van grootmoeders appeltaart te maken. Rinke meldden ze: ‘Ge denkt dat ze niet kan koken, meneer, maar ge ziet, ze kán het wel, ze dóet het alleen niet!’ Ze detecteerden vieze gedachten, gedachten zo vurig dat ze een boek konden laten ontbranden, afkomstig van… Jip. Neeltje bleek ‘de uitverkorene’. Haar dromen over haar toekomst werden gevangen en voor haar in een weckpotje gestopt om mee naar huis te nemen. 


We zagen nog een paar prachtige kijkdozen – ha! Alweer zonder poppen! 


Als laatste bezochten we de enorme hoofden van Headspace, waar je met je eigen hoofd in kon om een minivoorstelling te zien. 

Foto gemaakt door Rinke
Daar zag ik het ontroerendste beeld van het hele festival: een oud vrouwtje dat zielsgelukkig in bubbeltjesplastic zat te knijpen. Dat oude vrouwtje was een pop. Ze keek blij naar haar bubbeltjesplastic en vervolgens keek ze haar beschouwer aan, haar ogen vervuld van stil geluk, de glimlach om haar mond die nog net wat breder werd als ze naar je opkeek. Een pop waar het leven ingeslopen was. Drie keer raden wat voor poppen ik specifiek eng vind. Juist ja, poppen die iets echt menselijks hebben. Wat een allerliefste enge pop. Ik heb geen foto van haar, maar hierin woont ze: 

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

De schrik van de buurt

Oktober 2010: ik paste op de konijnen van de buren. Ik deed en doe dat altijd als de buren op vakantie zijn, al pas ik sinds die vakantie nog maar op 1 konijn… Ik kreeg de grootste schrik die je je als konijnenoppas maar voor kunt stellen: in het konijnenhok trof ik niet 2 konijnen, maar een konijn en een kat. De buurtkat, Roef – ook wel Roef de Boef genoemd – sprintte er als een malle vandoor toen ik het hok opende. Ik kon me zo snel niet voorstellen dat er in zijn buik een heel konijn zat, zag ook geen spoor van een slachting, maar waar was dat konijn dan? 

Ik zocht en zocht, typte er een blogje over, maar nooit kwam het konijn meer terug. 

Juli 2016: met Rinke, Jip, Henk en Nienke wandelde ik door de buurt richting stad. Even leek het alsof iemand een beeldje van een konijn in zijn tuin had gezet, maar het neusje van het beeldje bewoog en het konijn hipte weg. Nu is het voor ons vrij onmogelijk een stukje te gaan wandelen zonder dat een wit katje met een maskertje ons achtervolgt: Lux. Ook dit keer volgde ze ons en ik zag het aankomen, het konijn en Lux zouden elkaar treffen…

De nu volgende fotoreportage kan door gevoelige kijkers als schokkend ervaren worden: 

Het konijn van de buren! Het leeft nog! Inmiddels is het bejaard en zo te zien de schrik van de katten in de buurt. 

10 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Hoe gaat het nu? 

Steeds vaker krijg ik die vraag. En dat is logisch, ik was gewend hier geregeld updates te geven en het blijft wel erg stil hier de laatste tijd. Stuur je me een ‘Hé, hoe gaat het?-berichtje’, heb je kans dat ik er een week over doe voor ik eens antwoord. Dat komt, ik zou zo graag eens volmondig ‘Goed!’ antwoorden. ‘Was het maar zo makkelijk,’ grinnikt Jip als ik dat hem zeg. ‘Goed,’ is op mijzelf al zo lang niet meer van toepassing en ook al een tijd niet meer op mijn zoon. ‘Is er al meer duidelijkheid over Jip?’, wordt me geregeld gevraagd, en dat is lief, jullie leven mee en ik wilde zo graag eens antwoorden:’Ja! Hij is alweer aardig de oude.’ Maar dat is hij niet. 

Vandaag waren we weer in het UMCG en nee, het is nog steeds niet duidelijk allemaal, maar ik zal dan toch maar eens opschrijven wat we al wel weten: Jip heeft een vitamine B-12-tekort. Dat kán zorgen voor een een boel klachten als hoofdpijn, zenuwuitval (zijn niet kunnen ruiken), slecht slapen, en wat al niet meer, maar het hóeft niet. Je kunt ook zo’n tekort hebben zonder dat het klachten oplevert en dan kan het dus dat er nog iets heel anders aan zijn klachten ten grondslag ligt. Jip krijgt nu 2 vitamine B12-shots per week, na 3 maanden kunnen we zien of hij daar baat bij heeft. Lang wachten dus. Intussen wordt er onderzocht hoe het komt dat hij dit tekort heeft. 

Is dit de oorzaak van zijn problemen, dan kan het dus zijn dat hij vanaf augustus zo ongeveer opknapt. Net op tijd voor het nieuwe schooljaar, waarin hij naar we hopen opnieuw start in de VWO+brugklas met hulp van Timpaan, een organisatie voor begeleiding van zieke kinderen terug naar het of in het onderwijs. Jip gaat immers al heel lang niet naar school. 

Tijdens de week die Jip voor onderzoek in het UMCG doorbracht staarde een neuroloog in opleiding met een oogspiegel in Jips ogen en zei: ‘Hm. Hier moet ik toch even iemand bijroepen.’ De neuroloog kwam, keek ook en zei: ‘Ik zie het. De papil is niet scherp afgerond, maar aan 1 kant wat wazig, wat kan duiden op verhoogde hersendruk. Jip zal naar de oogarts moeten, die kan nog net wat verder kijken.’ De oogarts in opleiding keek, zag het, riep er de oogarts bij, die zag het ook en besloot dat zijn collega een echo van Jips oogzenuwen zou moeten maken om uit te sluiten dat de ‘jasjes’ daaromheen verbreed zouden zijn. Zo’n verbreding zou een extra aanwijzing voor verhoogde hersendruk zijn. 

Voor die echo gingen we vandaag naar het UMCG. ‘Wat denk jij?’ ‘Dat er niks aan de hand is. Dit moet gewoon even afgestreept,’ zeiden Rinke en ik van tevoren, zonder na te willen denken over een andere optie. 

Ze hadden lang werk, de oogarts in opleiding en de oogarts. Meten, meten, en vooruit, nóg een meting, voor de zekerheid. Rinke en ik keken mee, zonder precies te weten waar we naar keken. ‘Kijk, dit is een duidelijk voorbeeld van …’ hoorde ik de oogarts zeggen. ‘Hm,’ dacht ik, ‘volgens mij is dit niet wat ik wil horen. De conclusie was ook niet naar mijn zin: verbreed. Niet heel erg verbreed, maar wel duidelijk breder dan hoort. 

Is het nu al zeker dat er iets mis is met Jips hersendruk dan? Nee. Wel dat daar een vrij grote kans op is. Maandag reizen we weer af naar Groningen en spreken we de kinderarts. Hopelijk heeft die dan al overleg met de oogarts en de neuroloog gehad over de volgende stap. 

We gingen niet alleen voor een echo naar Groningen. Jip had ook nieuwe schoenen en broeken nodig en slaagde wat dat betreft goed. ‘Ik vond het zo gezellig!’, zei hij toen we thuiskwamen. Zo zie je maar, niet het nieuws gehad waar we op hoopten, grote zorgen, maar dat het dan toch lukt om zo’n ziekenhuisdag een gezellige dag te maken… En zo rollen we maar. 

UMCG selfie

12 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Zoon in het ziekenhuis

Ik rende in een wapperjurk op blote voeten de ochtend in. Net op tijd om de container aan de straat te zetten. Hallo dinsdag. 

De grond onder mijn voeten, de ochtendzon op mijn huid, de dinsdag: dit moet betekenen dat maandag 9 mei definitief achter de rug is. Dat is maar goed ook, die maandag moest geen seconde langer duren dan hij deed. 

Een zoon in het ziekenhuis… 

We weten nog steeds niet wat Jip scheelt. Hij slaapt erg slecht, wordt nooit uitgerust wakker, heeft altijd hoofdpijn, altijd buikpijn, kan niet ruiken. Het begon toen hij met 10 in de puberteit terecht kwam en ineens razendsnel groeide, 20 cm in een jaar, maar een verklaring voor waarom het zo slecht met hem gaat dat hij al maanden niet naar school kan hebben we niet. 

De kinderarts in het UMCG besloot dat het de kortste klap was Jip een week op te nemen, zodat hij geobserveerd kan worden en er in korte tijd veel verschillende mensen naar hem kunnen kijken en ze samen hopelijk tot een conclusie kunnen komen. Een neuroloog, een fysiotherapeut, een psychiater, een kno-arts, een kinderarts die ook hoofdpijndeskundige is. Samen gaan ze proberen te achterhalen wat er met Jip aan de hand is. 

Gisteren hadden we de eerste gesprekken, de eerste sessie bij de fysiotherapeut. Allemaal prettige, kundige mensen daar, in elk geval zo op het eerste gezicht. Ze zetten hun tanden erin. Eh, waarin? Nou, in ons, zo voelt het. Ik voel me een afgekloven botje. We haalden zo veel mogelijk alles naar boven, alles wat maar van belang zou kunnen zijn en geloof me, dat is intensief. Het is precies 2 jaar geleden dat ik zelf het ziekenhuis inging voor een paar hele grote operaties. Ik kan me er wel zorgen over maken of dat hele grote gebeuren rond mijn May Thurner Syndroom niet toch ook zijn weerslag op Jip heeft gehad. Hij zegt zelf van niet, maar ja, hoe diep is die grond onder dat stille water? En wat ligt er op de bodem? Of is het daar werkelijk zo helder en zuiver als het overkomt en is er alleen een lichamelijke oorzaak? Maar welke dan? 

Enfin, we moeten er maar even doorheen, deze week, en hopelijk weten we dan meer, kan Jip weer weer zijn oude leven oppakken. Daar zijn we aan toe met ons allen. 

Dapper lachen en hops, maar weer door… Ook dit kunnen we.

22 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized