Ze had gehoord dat ze veel eigenschappen en misschien zelfs wat uiterlijke kenmerken deelden. Dat hij blond was. Leuk, ze viel op blond. Zelf was ze rood. Ze had gehoopt hem misschien bij het vertrekpunt al te zullen zien, maar wachtte tevergeefs. Het zou een lange reis worden. Van Zweden, naar Denemarken, naar Nederland. Het zou best aangenaam geweest zijn een reisgenoot te hebben, hij had immers dezelfde bestemming als zij. Er was wat consternatie geweest over het reisschema. Hij zou toch wel de boodschap gekregen hebben dat ze de veertiende februari al zouden vertrekken?
De reis verliep voorspoedig. Ze was werkelijk in de watten gelegd door haar chauffeur, die verder vrij zwijgzaam was. Ze hoorde hem af en toe wat voor zich uit zingen met de cd die hij bij het tankstation vlak voor de grens gekocht had: the best of ’All you need is Love’, maar hij leek niet van plan te zijn het woord tot haar te richten. Door die watten zag ze ook niet echt veel, dus wachtte ze zwijgend tot ze op het punt van bestemming waren gearriveerd. Ze probeerde zich er niet aan te ergeren dat ‘I will always love you’ schijnbaar de favoriet van de chauffeur was en hij het deuntje rustig vijf keer achter elkaar af speelde. Die hoge noten haalde hij dus écht niet. Nu ja, dat lukte Whitney zelf de laatste jaren van haar leven ook niet meer. Ze miste haar ontbrekende, onbekende reisgenoot.
De wagen stopte. De chauffeur droeg haar naar een haar onbekende voordeur, onderwijl mompelend: ‘Lopen zal je straks genoeg, dit stukje zal ik je nog dragen.’ Voordat ze hem daar voor kon bedanken, zwaaide de deur al open en werd ze in ontvangst genomen door een lange blonde man. Even was ze in verwarring, de man ook, maar de chauffeur had al rechtsomkeert gemaakt. ‘Ben ik hier wel op het juiste adres? Ik had een vrouw verwacht.’ vroeg ze. De man bezwoer haar dat ze dat wel was, hij zou de vrouw van haar komst op de hoogte stellen. ‘Waar is uw reisgenoot?’, vroeg hij. ‘Ik had me er erg op verheugd uw reisgenoot te ontmoeten.’ ‘Ik ook, ‘ zei ze. ‘Hij zal er zijn redenen wel voor hebben verlaat te zijn.’ De man zette haar op een tafel en fotografeerde haar. ‘Waar is dit voor?’, vroeg ze gegeneerd. ‘Wat ik u al zei,’ zei de man, ik zal mijn vrouw van uw komst op de hoogte stellen, ik denk dat ze het prettig zal vinden middels de foto te zien dat u echt gearriveerd bent.’
Helemaal op haar gemak voelde ze zich nog niet. Moest ze op die tafel blijven staan? Zou ze wel passen bij de vrouw? En de man, die wierp af en toe een bijna afgunstige blik op haar. Ze wist zelf ook wel dat ze er goed uit zag, maar vanwaar die jaloezie?
Vanaf het moment dat de vrouw binnen kwam wist ze dat het wel goed zat. De vrouw vertroetelde haar, smeerde haar van top tot teen in met zalige creme en strikte haar zogezegd. Ze lag al snel aan haar voeten. Tegen de man zei de vrouw: ‘Heb geduld, lieve. Morgen arriveert hij vast.’ Zij had haar oren gespitst en de conversatie opgevangen. Zou hij, de blonde dan toch nog komen?
Terwijl zij de dag er op de vrouw vergezelde naar haar werk, kwam het bericht: hij was aangekomen. Ze haastte zich samen met de vrouw naar huis en trof daar de inmiddels heel wat gelukkiger kijkende man en… de blonde. Zijn aanblik maakte dat ze niets anders kon dan op hem toe snellen. ‘Ik heb op je gewacht,’ fluisterde ze tegen hem. ‘Ik ook op jou, er ging iets mis met mijn reisschema. Maar nu… nu zijn we samen. Loop je met me mee? Voor altijd?’ Ze keek hem in al zijn 28 ogen en antwoordde: ‘Ja.’
Hasbeens was zo vriendelijk een Valentijnsactie te houden: twee paar unisex schoenen voor de prijs van één. Uit Zweden kwamen ze naar ons toe voor een lang en gelukkig leven met ons samen.


