Sprookjespark Kröller Müller

‘Het leek ons leuk om jullie een keer samen naar de Efteling te laten gaan, maar toen we dat de kinderen voorstelden kregen we zó’n lauwe reactie. Is dit misschien een beter idee.’ We stonden bij de entree van Kröller Müller met mijn schoonouders, die ons een envelop overhandigden. Op die envelop stond nog ‘Efteling’, maar het geld dat er in zat mochten we nu besteden aan museumjaarkaarten. Een veel beter idee, vonden Jip, Nisse en Neeltje. En wij vonden het een prachtig cadeau. Als er iets is wat we afgelopen jaren met ons allen misten was het samen musea bezoeken. We gingen het maar weer eens proberen, konden nog net de Seurat tentoonstelling bezoeken.

In de beeldentuin picknickten we in het Rietveldpaviljoen, met Rinke’s ouders en Tijmen, José en Koosje Jans en vervolgens gingen we het museum door. Hoe ik me kan verliezen in het moois en interessants dat ik zie (kon ik wel gebruiken ook, best heftig nog, zo’n uitje). Ik begroette oude vrienden aan de museummuren en maakte nieuwe.
Zo mooi om te zien dat het voor Jip net zo werkt, de herkenning bij bepaalde stukken, nieuwsgierigheid naar het hoe en waarom bij andere, het geraakt zijn door een werk ‘Er is een Mondriaan die ik nog niet ken! Kom snel kijken!’

Waar ik minder blij mee was: ‘iets leuks’ voor de kleintjes, een beeldspeurtocht. Och, die arme Neel was maar bezig koortsachtig te proberen aan de opdrachten te voldoen, kans om rustig de werken te bekijken had ze zo amper. Zelfs toen we in een vleugel waren waar de speurtocht allang niet meer voor was, zat het haar nog dwars: ik moet nog 1 ding zoeken, maar waar kan het zijn? Ik was blij toen ze het los kon laten en we tenminste weer echt kon genieten van wat ze zag. Want het is leuk, samen kunst kijken.

IMG_0678.JPG

IMG_0684.JPG

IMG_0677.JPG

IMG_0674.JPG

IMG_0680.JPG

IMG_0675.JPG

IMG_0671.JPG

IMG_0673.JPG

IMG_0682.JPG

IMG_0416.JPG

IMG_0415.JPG

IMG_0672.JPG

IMG_0681.JPG

IMG_0686.JPG

9 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Panta rhei kai ouden menei – een afscheid

‘Voor jou heb ik het mooiste lokaal uit het bestand’, zei mijn docente toen ik stage ging lopen, ‘fijne school ook.’
Ik kwam aan bij een oud gebouw met mooie trapgevels en het mooiste tekenlokaal dat ik ooit zag. Mijn docente had niets teveel gezegd. Daar mocht ik stage lopen. Het was een stage waarbij ik eigenlijk alleen achter in de klas mocht zitten observeren. ‘Of wil je zelf lesgeven?’, vroeg Peter, de docent bij wie ik stage liep. Dat nam ik gretig aan. Vanaf dat moment voelde ik me docente. Wat apart was, want ik had nooit de ambitie gehad dat te worden; ik deed de docentenopleiding naast mijn illustratieopleiding om de extra theorielessen, niet met het idee daadwerkelijk les te gaan geven.
Na mijn stage werd ik al snel gebeld of ik een zwangerschapsverlof wilde vervullen, voor Alma. Hoe geweldig, wat vond ik het leuk voor de klas. Ik mocht blijven toen Alma terug kwam, we werden collega’s. En dat zijn we nog, zou ik zeggen, maar dat is niet zo. Sinds vanmorgen zijn we dat niet meer.

Natuurlijk wist ik dat mensen tegenwoordig sneller jobhoppen. Ik zag collega’s komen en gaan. Maar ik, ik had het gevoel dat die school mijn tweede thuis was. Ik was niet van plan er weg te gaan. Want ja, die kinderen… ‘Jij noemt leerlingen kinderen, hè,’ zei Wessel laatst toen hij hier was. Wessel zat ooit bij me in de klas. Tekenen was niet zijn sterkste kant, maar creatief was en is hij zeker. Hij komt nog vaak en dat vind ik leuk.
Ik denk dat ik leerlingen toch ook vaak leerlingen noemde, maar ja, inderdaad, ook kinderen, ja. Niet omdat ik ze niet serieus nam, omdat ik ze klein vond, maar omdat ze zo dichtbij voelden. Extra kinderen naast mijn eigen. Om van te houden. Dat deed ik dus. Van ze houden. Ik vond het leuk, werken met pubers. Zo mooi ze in alle opzichten te zien en laten groeien.

Mijn vak leende zich om tijdens het werken gesprekjes te houden. Gesprekken over de voortgang in het werk van de leerlingen, gesprekken over omstandigheden thuis, ‘Oh mevrouw, hij is zo leuk, geeft u ook les in H3B? Ja? Want dan kent u hem!’-gesprekjes, gesprekken om zelfvertrouwen op te bouwen, ach, weet ik hoeveel gesprekken.
Ik werd vertrouwenspersoon, dat paste me precies. En zo was ik docent tekenen, docent kunstgeschiedenis en vertrouwenspersoon. Mooi man.

Maar ik werd ziek. En ik bleef te lang ziek. Ik krabbel voorzichtig op nu, maar werken is nog niet iets om in dit stadium al aan te denken. Ik werd, na twee jaar ziekte, door het UWV volledig arbeidsongeschikt verklaard. Over een half jaar is er een herkeuring, misschien ben ik dan al weer zover dat ik wat kan gaan werken, maar mijn baan op mijn school ben ik kwijt. Zo gaat dat, wettelijk. Vanmorgen kwamen A. van P&O en K., die ooit mijn teamleider was bij me langs om mijn ontslagpapieren te brengen. En bloemen, en lieve woorden, en een cadeaubon en een kaartje van de algemeen directeur dat me deed huilen, ook al was ik van tevoren zo kalm dat ik dacht: ik ga niet huilen. Maar nu doe ik het weer als ik er aan denk: zoals het nu gaat, dit ontslag, zo hadden we het niet gewild.

Ik weet dat het er op zit nu, mijn tijd bij Stad & Esch en dat is goed: de tijd die ik besteedde aan peinzen en me zorgen maken over hoe ik er weer terug kon komen kan ik nu beter besteden aan mezelf. Mijn lijf en ik, wij hebben zoveel voor onze kiezen gehad, daar eerst maar eens zo goed mogelijk van herstellen. Maar binnenkort ga ik er wel eens kijken, in het nieuwe gebouw, want dat Stad & Esch & Sanneke-gevoel is er nog steeds. Al is het maar omdat Jip er waarschijnlijk vanaf volgend jaar rondloopt.

Volgt nog even een trip down memory lane in foto’s. ‘s Avonds nog even extra les geven en eten met de examenleerlingen, de keren dat ik Neeltje mee moest nemen tijdens vergaderingen, 11:11 op 11-11-’11, ‘Beam me up, Scotty!’ tijdens het modeltekenen, leerlingen aan het werk, een werkbespreking aan mijn bureau, de trap bij mijn lokaal, de voorbereiding voor een open dag bij het bord waar een leerling (Maxime) wat voor me opgeschreven had. En ook: de foto die ik maakte op de laatste dag dat ik er werkte; een van de eerste dagen van het schooljaar, ik met de mooie kast op de achtergrond wachtend op mijn leerlingen, zin om ze te gaan zien. Nog niet wetend dat ik die dag op een gegeven moment niet meer zou kunnen denken van de pijn.
Geweest, geweest… Op naar nieuwe tijden. Daar past de mooie metamorfosetekening bij die een van mijn leerlingen maakte.

Dag lieve collega’s en oudleerlingen die hier mee lezen, bedank voor de fijne tijden.

IMG_1498.JPG

IMG_1494.JPG

IMG_1501.JPG

IMG_1493.JPG

IMG_5087.JPG

IMG_5088.JPG

IMG_5090.JPG

DSCF2562.JPG

IMG_1496.JPG

IMG_1487.JPG

IMG_1499.JPG

IMG_1486.JPG

IMG_5089.JPG

IMG_1500.JPG

IMG_1495.JPG

22 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Vaag konijn

Het echoot in het kleine kamertje. Heel leeg is het er en het wordt er steeds witter, alsof er een stille sneeuwstorm woedt.
Ooit sliep er een baby in dat kamertje. ‘Roze met groen moet het worden!’, spraken de vader van het baby’tje in wording en ik. ‘Een beetje circusachtig!’ Maar eenmaal bij de kluswinkel wisten we: het moet helemaal niet roze met groen, het moet diep donkerblauw met krakend wit. Dat werd het, precies goed! Ik hield van dat kamertje.

Het baby’tje werd een peutertje en vond er geen zak meer aan, alleen in een kamertje. Hij wilde bij zijn grote broer in de kamer, in een stapelbed. Zijn kamertje bleef eenzaam achter. Maar niet voor lang. We maakten gewoon een nieuw kindje voor er in. Daar verzonnen we wat leuks voor: een konijn met gestreepte sokjes, zoals op haar geboortekaartje en gekleurde blokken op de muur. Een enorme klus was het die blokken te schilderen, maar dat maakte niet uit; het gezichtje van het nieuwe kindje toen ze met drie maanden éindelijk bij haar ouders van de kamer mocht, in haar eigen kamertje mocht slapen…

IMG_5040.JPG

Ze maakte ons duidelijk: ‘Dit is míjn kamer. Willen jullie zo vriendelijk zijn nu te vertrekken? Ja? Doei.’
Nou, dag dan baby… Veel geluk in je kamertje.
Wel, dat lukte. Ze hield van dat kamertje. En ik, ik hield ook van dat kamertje.

IMG_5042.JPG

IMG_5041.JPG

Hoe leuk ze het er de eerste jaren ook vond, toch vond het kindje het op een gegeven moment ook best ongezellig dat haar broers samen in een kamer mochten, haar ouders ook, maar zij alleen in haar bedje lag. Haar grootste broer snakte nou juist naar wat meer privacy. Tijd voor de grote ruil dan maar. Kleinemeisjeskamer wordt puberjongenskamer.

Het konijn met de sokken werd na een laagje verf een vaag konijn. Snel nog maar een paar lagen er over dan. Dag konijn, dag baby- en kleutertijd. De blokkenmuur op de inbouwkast verdween onder een zwarte laklaag met kleine gouden glitters. ‘Zó vet…’, zucht de puber. Hij heeft gelijk. Heel anders is het, maar móoi.
Nu de rest nog, het is nog lang niet klaar. Tijdelijk slapen alledrie de kinderen samen op één kamer. Straks komt het moment dat onze oudste net zo gelukzalig in zijn bed mag liggen als zijn zusje die eerste nacht in dat kamertje.
Ik weet het nu al, ik ga van dat kamertje houden straks.

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Balanceren met een dooie cavia

De kinderen kregen van ons, van hun opa en hun Franse oom en tante iets voor hun mooie rapporten om evenwichtig te blijven, te leren balanceren: een slackline. Dat is een band die je tussen twee bomen spant (met boombescherming) en waarop je dan kan lopen. Tenminste, dat is de bedoeling, maar het is reuze moeilijk natuurlijk. En leuk.

Ik balanceer zelf ook: soms kan ik al best veel, vaak word ik met een naar schel fluitje tot de orde gefloten en houdt het feest subiet weer op. ‘Doe dan ook rustig aan!’, krijg ik dan te horen, maar hallo, ik doe nu al jaren rustig aan en ik ben helemaal niet iemand voor het rustig aan doen. Op het moment wil ik vooral graag schoon schip maken. Met Rinke die vakantie heeft houd ik opruimacties: de zolder! De boekenkast! De vriezer! Alles! Ik moet echter maar even accepteren dat dat al wel een beetje kan, maar niet in het tempo dat ik wel wil.

Wat wel kon, was een symbolische actie: ik liet de zieke jaren van mijn haar knippen. Twee jaar, da’s ongeveer 12 centimeter. Doei! Jip wilde ook wel van zijn lange lokken af, dus gingen we samen naar de kapper. En mijn kapster, die snapte het, raapte al mijn gevallen haar bij elkaar en stopte het me toe in een tasje. ‘Geef het mee aan de wind of het water, laat de vogels het mee nemen om er nesten mee te bouwen. Kun je echt afscheid nemen van deze periode.’

Thuis greep ik in een tasje dat leeg leek en voelde ineens – ieuw!- een dooie cavia.

20140715-174926-64166843.jpg

20140715-183908-67148468.jpg

12 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

All is awesome

Binnenkort moet ik mijn header aanpassen denk ik. Er veranderen hier dingen in een verbazingwekkend tempo. Van ‘de vrouw die alleen nog maar kon liggen’, transformeer ik in ‘de vrouw die weer een beetje mee gaat doen.’ En hoe dat is… Geweldig!

Sinds de laatste operatie voel ik veel verschil. Ik krijg weer wat meer kracht, het is weer makkelijker rechtop te zijn. Waar verticaal zijn eerder een vrij onmogelijke opgave was, betrap ik mezelf steeds meer op staan, rechtop zitten, een beetje meedoen in huis. Niet meer voortdurend erge pijn (en ik denk dat met de tijd daar nog successen in te behalen zijn).
Ik haalde vandaag met mijn lief een raketje bij de snackbar, wandelde in de zon. En dan die hoepel… Zou ik het proberen? Ja! En het lukte! Oh, het lukte! Hoe gelukkig ik daar van word… Het is balanceren nu, weer voorzichtig wat proberen, rust nemen. Maar dat gaat wel goed eigenlijk. De hele Santenkraam heeft vakantie, dus kan ik in alle rust experimenteren met mijn nieuwe mogelijkheden en kunnen we met z’n allen genieten van wat dat inhoudt: weer samen aan tafel eten bijvoorbeeld, meer tijd samen doorbrengen.

En dan maar hopen dat ik van May Thurner de kans krijg zo mooi door te blijven gaan, want het bevalt me uitstekend, deze weg omhoog.

20140710-183832-67112353.jpg

20 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Operatie drie

Ik deed maar weer even een operatie. Operatie drie: 2,5 uur op de tafel in de ok, zonder enige verdoving. Ik, die bij de tandarts absoluut niet zonder verdoving durf, doorstond zonder kicken (nou ja, op een paar kleine kickjes na dan) een complete operatie zonder verdoving. Ik kon de hele operatie volgen op een groot scherm naast me, waar ik via speciale röntgenbeelden een prachtig inkijkje in mijn binnenste kreeg. Via de slagader in mijn rechter lies, opereerden ze in mijn linker lies. Abracadabra, maar dat kan dus echt, ik heb het zelf gezien.
Het mooist van al: de stents bleken schoon en de flow was goed. Ook toen de fistel, de verbinding tussen slagader en ader gesloten was, bleef de flow prima. Vanavond heb ik een controle duplex-echo gehad om te zien of het zich een paar uur na de operatie ook nog goed hield: het kon niet beter. In Maastricht vier je dat natuurlijk met vlaai, dus dat deden mijn liefje en ik.

Op en in het stukje wond dat nog niet dicht wilde van de vorige operatie is nu wel een heel mooi doekje geplakt. Een met zilver er in, dat werkt de bacteriën tegen en bevordert de genezing. Ah, the glamourous life! Met zilveren doekjes tegen het bloeden!
Morgen mag ik al weer naar huis, met m’n zilveren doekje en een kruisje door de laatste geplande operatie uit het rijtje. Nu ligt de weg echt open om te herstellen.

20140701-220429-79469001.jpg

22 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Bijna jarig

Terwijl Rinke boodschappen doet, kookt, taarten en cakejes bakt en opruimt, lig ik in bed en doe een poging zo roerloos mogelijk mijn verjaardag in te gaan. Verschil moet er niet zijn, maar is er.
Allebei raken we aardig goed in wat we doen overigens. Hij voelt zich een domestic goddess (door de autocorrect gecorrigeerd tot ‘goudessaai’, wat me eerder Zuid Afrikaans klinkt dan Nederlands), ik voel mij John en Yoko tegelijk. Misschien moet ik net als zij nog een politiek gerichte draai geven aan mijn bed-in; ik blijf in bed om de aandacht te richten op de monsterpraktijken van Monsanto! Ik blijf in bed voor de vrije artsenkeuze! Ik blijf in bed voor het behoud van de bij.
En ik blijf in bed voor het behoud van mij.

In het kamertje hier naast me ligt een meisje te slapen. Een meisje waar ik vanavond tegen zei: ‘Dan ben je als je straks wakker wordt een grote meid van zes!’ Waarop ze zei: ‘En jij een grote meid van veertig!’
Grote meiden onder elkaar, wij.

20140624-234528-85528807.jpg
Even een momentje sjoemelen zondag, heel even uit bed, nagels lakken met m’n meissie. Dat ik voor altijd weet waar ik dat extra brede litteken aan te danken heb straks, aan een mooi moment.

11 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized