Je krijgt een zoon.
Hij verbijstert je met zijn schoonheid, zijn liefheid. Met hoe speciaal hij is.
Dan krijg je nog een zoon.
En je dacht misschien dat je al zou weten hoe dat zijn zou, een tweede zoon hebben, je had immers de eerste al. Ook deze zoon is overrompelend in zijn schoonheid, zijn liefheid, deze is minstens zo speciaal, maar weer heel anders.
Ze hebben overeenkomsten, Jip en Nisse, maar ze zijn ook zo verschillend.
Ik kreeg de afgelopen dagen de kans ze te horen vertellen hoe ze zichzelf zien.
Met zoon één gingen we gisteren naar een jeugdpsychologe voor een intakegesprek. Voor een IQtest. Ik vond het prachtig om te zien hoe weloverwogen, kalm en geamuseerd hij zijn verhaal deed. Hij vertelde hoe hij zichzelf ziet: een rustige jongen met veel vrienden, die houdt van sportief bezig zijn, van kunst, van lol hebben. Hij verheugt zich op de test. Zonder een spatje zenuwen. Nu weet hij ook dat de uitkomst er voor ons niet toe doet. Hij kan niets fout doen. Maar mocht hij boven de 130 scoren op de test, dan is er de mogelijkheid voor hem om een dagdeel in de week mee te doen op de school voor hoogbegaafde kinderen. En dat lijkt hem wel wat: uitdaging!
En zit ie daar niet boven, nou ja, dan niet. Maar dan heeft hij toch die leuke test mogen doen.
Zijn broertje vertelde me ook hoe hij zichzelf ziet. Een beetje als jongen en een beetje als meisje. Voorzichtig, hij wil geen dingen doen waarbij er kans is dat hij zichzelf pijn zou doen. Zorgvuldig, hij doet zijn best om netjes te schrijven, hij maakt zijn schoolwerk foutloos. Dol op tekenen, op zingen, op mooie klerencombi’s maken. Hij zou wel stylist willen worden.
Ik vroeg hem of hij piekert over dat eerste.
‘Nee hoor, iedereen mag zijn zoals hij of zij wil zijn en ik wil zó zijn. Ik heb er recht op mezelf te zijn, maakt niet uit wat een ander er van denkt.’
Pff, zoons, ik ben trots op jullie!


























