Hoe kunst de maaltijd redde

Een doorsnee dag in de Santenkraam:

Jip komt binnen: ‘Wat eten we vandaag?’
Ik antwoord.
Jip: ‘Oh, lekker.’
Neeltje komt binnen: ‘Wat eten we eigenlijk vandaag?’
Ik antwoord.
Neeltje: ‘Oh lekker! Mag ik meehelpen?’
Nisse komt binnen en vraagt: ‘Wat gaan we vandaag eigenlijk eten?’
Ik antwoord.
Nisses is extatisch. ‘Oooh! Dat vind ik zo lekker!’ óf -en dat is minstens zo vaak het geval- zijn gezicht betrekt. Dan weten wij al wel hoe laat het is, dan zitten wij net zo lang aan tafel als dat Nisses gezicht lang is. De maaltijd wordt nauwkeurig uitgeplozen, elk korreltje rijst/whatever wordt keurig gescheiden van wat er verder op het bord ligt. Wat hij het lekkerst vindt, eet Nisse het eerst. En de rest, daar doet ie lang over.
‘Nisse, maak nou happen met alles!’ is wat Nisse tijdens praktisch elke maaltijd te horen krijgt.

Gisteren kwam de welbekende vraag weer: ‘Wat eten we vandaag?’ Het antwoord was niet goed. Couscous met courgette, paprika en aubergine (allemaal groenten die op Nisses ‘niet te vertrouwen’-lijst staan) en dan ook nog rozijnen en abrikozen… Horror!

Misschien zou het helpen als we het eens over dat eten zouden hebben op een andere plek dan aan tafel? Op ons bed vertelden we Nisse dat we heus al jaren rekening houden met zijn wensen, maar dat het nu ook tijd wordt dat hij rekening houdt met die van ons. Én we lieten hem het werk van cabaretier en kunstenaar Ursus Wehrli zien. Ursus ruimt graag op. Hij gaat daar vrij ver in. Niet alleen zijn huis wil hij aan kant, kunstwerken moeten er ook aan geloven. En eten net zo. Hier heeft hij een favoriete Picasso van me opgeruimd:

IMG_1563-0.JPG

Van het werk van Seurat blijft niet meer over dan een zak stipjes.

IMG_1564.JPG

‘Hoe vind je het mooier? De werken zoals de kunstenaars ze gemaakt hebben of zoals Ursus ze opgeruimd heeft?’ Nisse vond de interpretaties van Ursus Wehrli wel grappig, maar nee, bepaald niet mooier. En zijn eten dan? Is het appetijtelijker als het in stukjes gescheiden is?

IMG_1561-0.JPG

‘Nee,’ vond Nisse.
Mooi zo. Wij componeren maaltijden zo dat de som van wat er op een bord ligt goed smaakt bij elkaar. Haal je het uit elkaar, dan zijn afzonderlijke delen misschien wel te pittig. Of minder lekker. Het is ook zo zonde van de tijd als wij verschillende ingrediënten bij elkaar gooien en Nisse de maaltijd vervolgens weer ontleedt. Ik weet wel waarom Nisse zo houdt van soep: die kan hij niet scheiden, want dat wordt wel erg veel geklieder. Soep eet hij dus wel gewoon op.

Nisse besloot zijn innerlijke Ursus gisteravond maar eens uit te schakelen en warempel, hij at met smaak en was tegelijk klaar met de rest aan tafel. Halleluja, het kan dus toch!

Meer van Ursus Wehrli zien? Hij deed een leuke Ted Talk.

5 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De wonderbaarlijke Nisse

Een pittige week had Nisse. Hij werd vorige week geopereerd aan zijn neus. Gisteren werden de watten uit zijn neus verwijderd, wat hij allemaal dapper doorstond. Dat kind had wel wat verdiend. Een stofschaar voor linkshandigen wilde hij. Als je modeontwerper wil worden heb je toch zeker een goede schaar nodig. En dat is wat hij worden wil, modeontwerper.

Dat had Liesbeth, zijn juf, ook gehoord. Nisse mocht nog niet gymmen vandaag. ‘Dan neem ik mijn naaimachine voor je mee, mag je oefenen!’, beloofde juf Liesbeth.

Toen ik net op Neeltje stond te wachten, zei haar juf: ‘Misschien moet je even binnen komen kijken…’
Daar stond Neeltje, te stralen in een prachtige jurk. Die had ze vanmorgen nog niet aan. ‘Heeft Nisse voor me gemaakt!’, zei Neeltje.

Och, die Nisse. Hij kon zelf bijna niet geloven dat het hem zomaar gelukt was. De jongens uit Nisses klas highfive’den hem en zeiden ‘Je kunt wel beroemd worden!’ de meiden riepen: ‘Juf! Er staat een prinsesje voor de deur! Neeltje wat heb je een mooie jurk!’ en ‘Nisse, hoe kún jij dat?!’ Wil je ook een jurk voor mij maken?’ Mijn hart smolt.
Neeltje mocht op de tafel voor in de klas als mannequin, Nisse mocht als ontwerper vertellen hoe hij de jurk gemaakt had. Daverend applaus vanuit de klas voor de modeontwerper en de mannequin en van mij ook voor die lieve juf die snapt hoe je kinderen kan laten groeien.

IMG_1134.JPG
schets voor de jurk

IMG_1135-1.JPG

IMG_1137.JPG

IMG_1136-0.JPG

21 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Plié! Relevé!

‘En hoe was het dan, meiske?’
‘Heel erg leuk! We deden plivé en revelé, zoals jij al gezegd had! We dansten op de muziek van Doornroosje en ik mocht als de stiefmoeder dansen – die danste heel gek- en als Doornroosje – die danste heel mooi. En ik kreeg van Silke een roze pakje dat precies past bij het roze rokje dat ik van Pam kreeg, dus nu kan ik het écht, balletten!’

Er waren maar drie kindjes in de groep waar Neeltje in ging kijken: te weinig. Dus mag ze morgen alweer balletten, dan in een groep met wat oudere kinderen. ‘Ik heb het al wel gezien,’ zei de juf, dat kan ze wel.’ Nou, oké dan maar.

Ik zie hoe de geschiedenis zich herhaalt: ook ik wilde dolgraag op ballet toen ik zes was, deed het zo graag, het dansen. Sterker nog, ik zou wel weer willen.
En dan ben ik benieuwd wat Nisse gaat doen. Hij keek al mee bij een lesje streetdance, maar als ik hem sierlijk de balletbewegingen zie maken met zijn zusje mee, vraag ik me af of hij dat niet ook leuk zou vinden. Maar eens Billie Elliott met hem kijken.

IMG_1099.JPG

IMG_1097.JPG

IMG_1100.JPG

IMG_1098.JPG

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Kind koopt kunst

Een jaar geleden besloot Jip dat hij kunst wilde verzamelen. Hij voegde meteen de daad bij het woord. In de galerie van de Zwollenaar Knikker mocht hij zichzelf een schilderij uitzoeken. Omdat Jip zo geïnteresseerd was en jarig bovendien besloot de kunstenaar dat hij wel wat uit mocht zoeken. Met een doek onder de arm waar eerder nog een prijskaartje ‘€500′ bij hing liep hij opgetogen de galerie weer uit. Meneer had zijn eerste kunstwerk binnen.
Sindsdien prijkt ‘kunst’ op zijn verlanglijstje. Maar ja, de eerste keer had hij stinkende mazzel, doorgaans moet kunst toch duur betaald worden. Gisteren zag hij echter zijn kans.

In het MMKA in Arnhem wordt momenteel de operatie Market Garden herdacht. 70 Jaar geleden dwarrelden duizenden jonge jongens door de lucht. Het lukte ze Zuid-Nederland te heroveren op de Duitsers, maar Arnhem was een brug te ver. Niet alleen de slag om Arnhem verloren de geallieerden, ook 18.000 levens. Best iets waar af en toe nog bij stilgestaan mag worden.
In het kader daarvan is er in het MMKA nu de tentoonstelling ‘Fragment’ van Miroslaw Balka te zien. In zijn videofragmenten is niets te zien van de gruwelen van de oorlog, maar als je beseft wat de geografische plaatsen zijn van de plekken waar gefilmd is, besef je wat voor diepere lading er achter de werken schuilt. Ik had de kennis van die plaatsen helemaal niet nodig, ik vond het zo al beklemmend genoeg, kon bijna niet kijken.
‘Wat vind je nou van deze tentoonstelling?’, vroeg ik Jip. ‘Goed,’ antwoordde hij. ‘Kunst hoeft niet altijd mooi te zijn, het kan ook wat vertellen. Voor oorlog moet je je ogen niet sluiten.’ Besmuikt opende ik de mijne dus maar weer. Jip heeft gelijk, al wordt ‘het moet mooi zijn’ vaak als criterium voor kunst gezien, ‘soit belle et tais-toi’ is niet iets wat je van kunst kunt verlangen. Bovendien, wat mooi is voor mij vind jij misschien wel verschrikkelijk, dus ‘mooi’ is sowieso een criterium van niks.

Het werk van Esiri Erheriene-Essi, wier solo tentoonstelling vandaag voor het laatst in Arnhem te zien is, houdt zijn mond ook bepaald niet. Haar werk gaat het gesprek met je aan, in felle kleuren, felle teksten. Ze geeft commentaar op de geschiedenis, op het heden. Oorlog, feminisme, Ku Klux Klan…

IMG_2181.JPG

IMG_2196-0.JPG

IMG_2214-0.JPG
Bij dit werk met Dorothy van de Wizard of Oz moest ik grinniken; ik nam niet alleen de naam van mijn echtgenoot aan, hij ook de mijne: niet de slaaf van elkaar maar verslaafd aan elkaar.

De vaste collectie vol (hyper-)realisme bekeken we natuurlijk ook. Oooh, het naakt van Wout Schram met de roze schoentjes!

IMG_2199-0.JPG
Jip ontdekte geamuseerd ‘Een eh..eh… Vanitas! Maar dan in 3D!’ Exact wat het is.

IMG_2180-1.JPG
Nisse, Neeltje en ik vonden de ‘borstentros’ van Maria Roosen in de museumtuin ook geweldig, een enorme druiventros, maar dan met glazen borsten als druiven. Die vergat ik te fotograferen: als je borsten wil kijken moet je zelf maar eens naar Arnhem.

En dan was er nog de jeugdtentoonstelling en -kunstverkoop. Voor deze tentoonstelling maakten 15 kunstenaars elk een op operatie Market Garden geïnspireerd werk. Van elk werk werden 25 drukken gemaakt die alleen voor kinderen te koop zijn. Een deel van de opbrengst gaat naar Warchild. Onze kunstverzamelaar was er al heel snel uit welk werk hij wilde; hij kocht een zeefdruk van Harmen Liemburg. Die past prachtig in zijn nieuwe kamer.

IMG_2187-0.JPG

IMG_2219-0.JPG

Dit was ons eerste spontane uitstapje in tijden: ‘Het is zaterdagmiddag, wat zullen we gaan doen… Zullen we naar Arnhem?’ Wat ge-wel-dig vond ik het, vonden we het allemaal. ‘s Avonds aan tafel viel ik boven mijn bord pompoensoep in slaap en vandaag is een beddag om een beetje bij te komen, maar hoe fantastisch is het om weer samen wat te ondernemen.

IMG_2202-1.JPGNieuwe standbeelden voor de ingang van het museum.

IMG_2203-1.JPGEen gelukkige Neeltje met haar schat: vorige week in het Kröller Müller wilde ze zo graag een ansichtkaart van ‘de Kat van Bart van der Leck, maar die was er niet. Hier in het museum hing hij wel!

IMG_5092-2.JPGJeej! Dat was leuk!

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Sprookjespark Kröller Müller

‘Het leek ons leuk om jullie een keer samen naar de Efteling te laten gaan, maar toen we dat de kinderen voorstelden kregen we zó’n lauwe reactie. Is dit misschien een beter idee.’ We stonden bij de entree van Kröller Müller met mijn schoonouders, die ons een envelop overhandigden. Op die envelop stond nog ‘Efteling’, maar het geld dat er in zat mochten we nu besteden aan museumjaarkaarten. Een veel beter idee, vonden Jip, Nisse en Neeltje. En wij vonden het een prachtig cadeau. Als er iets is wat we afgelopen jaren met ons allen misten was het samen musea bezoeken. We gingen het maar weer eens proberen, konden nog net de Seurat tentoonstelling bezoeken.

In de beeldentuin picknickten we in het Rietveldpaviljoen, met Rinke’s ouders en Tijmen, José en Koosje Jans en vervolgens gingen we het museum door. Hoe ik me kan verliezen in het moois en interessants dat ik zie (kon ik wel gebruiken ook, best heftig nog, zo’n uitje). Ik begroette oude vrienden aan de museummuren en maakte nieuwe.
Zo mooi om te zien dat het voor Jip net zo werkt, de herkenning bij bepaalde stukken, nieuwsgierigheid naar het hoe en waarom bij andere, het geraakt zijn door een werk ‘Er is een Mondriaan die ik nog niet ken! Kom snel kijken!’

Waar ik minder blij mee was: ‘iets leuks’ voor de kleintjes, een beeldspeurtocht. Och, die arme Neel was maar bezig koortsachtig te proberen aan de opdrachten te voldoen, kans om rustig de werken te bekijken had ze zo amper. Zelfs toen we in een vleugel waren waar de speurtocht allang niet meer voor was, zat het haar nog dwars: ik moet nog 1 ding zoeken, maar waar kan het zijn? Ik was blij toen ze het los kon laten en we tenminste weer echt kon genieten van wat ze zag. Want het is leuk, samen kunst kijken.

IMG_0678.JPG

IMG_0684.JPG

IMG_0677.JPG

IMG_0674.JPG

IMG_0680.JPG

IMG_0675.JPG

IMG_0671.JPG

IMG_0673.JPG

IMG_0682.JPG

IMG_0416.JPG

IMG_0415.JPG

IMG_0672.JPG

IMG_0681.JPG

IMG_0686.JPG

11 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Panta rhei kai ouden menei – een afscheid

‘Voor jou heb ik het mooiste lokaal uit het bestand’, zei mijn docente toen ik stage ging lopen, ‘fijne school ook.’
Ik kwam aan bij een oud gebouw met mooie trapgevels en het mooiste tekenlokaal dat ik ooit zag. Mijn docente had niets teveel gezegd. Daar mocht ik stage lopen. Het was een stage waarbij ik eigenlijk alleen achter in de klas mocht zitten observeren. ‘Of wil je zelf lesgeven?’, vroeg Peter, de docent bij wie ik stage liep. Dat nam ik gretig aan. Vanaf dat moment voelde ik me docente. Wat apart was, want ik had nooit de ambitie gehad dat te worden; ik deed de docentenopleiding naast mijn illustratieopleiding om de extra theorielessen, niet met het idee daadwerkelijk les te gaan geven.
Na mijn stage werd ik al snel gebeld of ik een zwangerschapsverlof wilde vervullen, voor Alma. Hoe geweldig, wat vond ik het leuk voor de klas. Ik mocht blijven toen Alma terug kwam, we werden collega’s. En dat zijn we nog, zou ik zeggen, maar dat is niet zo. Sinds vanmorgen zijn we dat niet meer.

Natuurlijk wist ik dat mensen tegenwoordig sneller jobhoppen. Ik zag collega’s komen en gaan. Maar ik, ik had het gevoel dat die school mijn tweede thuis was. Ik was niet van plan er weg te gaan. Want ja, die kinderen… ‘Jij noemt leerlingen kinderen, hè,’ zei Wessel laatst toen hij hier was. Wessel zat ooit bij me in de klas. Tekenen was niet zijn sterkste kant, maar creatief was en is hij zeker. Hij komt nog vaak en dat vind ik leuk.
Ik denk dat ik leerlingen toch ook vaak leerlingen noemde, maar ja, inderdaad, ook kinderen, ja. Niet omdat ik ze niet serieus nam, omdat ik ze klein vond, maar omdat ze zo dichtbij voelden. Extra kinderen naast mijn eigen. Om van te houden. Dat deed ik dus. Van ze houden. Ik vond het leuk, werken met pubers. Zo mooi ze in alle opzichten te zien en laten groeien.

Mijn vak leende zich om tijdens het werken gesprekjes te houden. Gesprekken over de voortgang in het werk van de leerlingen, gesprekken over omstandigheden thuis, ‘Oh mevrouw, hij is zo leuk, geeft u ook les in H3B? Ja? Want dan kent u hem!’-gesprekjes, gesprekken om zelfvertrouwen op te bouwen, ach, weet ik hoeveel gesprekken.
Ik werd vertrouwenspersoon, dat paste me precies. En zo was ik docent tekenen, docent kunstgeschiedenis en vertrouwenspersoon. Mooi man.

Maar ik werd ziek. En ik bleef te lang ziek. Ik krabbel voorzichtig op nu, maar werken is nog niet iets om in dit stadium al aan te denken. Ik werd, na twee jaar ziekte, door het UWV volledig arbeidsongeschikt verklaard. Over een half jaar is er een herkeuring, misschien ben ik dan al weer zover dat ik wat kan gaan werken, maar mijn baan op mijn school ben ik kwijt. Zo gaat dat, wettelijk. Vanmorgen kwamen A. van P&O en K., die ooit mijn teamleider was bij me langs om mijn ontslagpapieren te brengen. En bloemen, en lieve woorden, en een cadeaubon en een kaartje van de algemeen directeur dat me deed huilen, ook al was ik van tevoren zo kalm dat ik dacht: ik ga niet huilen. Maar nu doe ik het weer als ik er aan denk: zoals het nu gaat, dit ontslag, zo hadden we het niet gewild.

Ik weet dat het er op zit nu, mijn tijd bij Stad & Esch en dat is goed: de tijd die ik besteedde aan peinzen en me zorgen maken over hoe ik er weer terug kon komen kan ik nu beter besteden aan mezelf. Mijn lijf en ik, wij hebben zoveel voor onze kiezen gehad, daar eerst maar eens zo goed mogelijk van herstellen. Maar binnenkort ga ik er wel eens kijken, in het nieuwe gebouw, want dat Stad & Esch & Sanneke-gevoel is er nog steeds. Al is het maar omdat Jip er waarschijnlijk vanaf volgend jaar rondloopt.

Volgt nog even een trip down memory lane in foto’s. ‘s Avonds nog even extra les geven en eten met de examenleerlingen, de keren dat ik Neeltje mee moest nemen tijdens vergaderingen, 11:11 op 11-11-’11, ‘Beam me up, Scotty!’ tijdens het modeltekenen, leerlingen aan het werk, een werkbespreking aan mijn bureau, de trap bij mijn lokaal, de voorbereiding voor een open dag bij het bord waar een leerling (Maxime) wat voor me opgeschreven had. En ook: de foto die ik maakte op de laatste dag dat ik er werkte; een van de eerste dagen van het schooljaar, ik met de mooie kast op de achtergrond wachtend op mijn leerlingen, zin om ze te gaan zien. Nog niet wetend dat ik die dag op een gegeven moment niet meer zou kunnen denken van de pijn.
Geweest, geweest… Op naar nieuwe tijden. Daar past de mooie metamorfosetekening bij die een van mijn leerlingen maakte.

Dag lieve collega’s en oudleerlingen die hier mee lezen, bedank voor de fijne tijden.

IMG_1498.JPG

IMG_1494.JPG

IMG_1501.JPG

IMG_1493.JPG

IMG_5087.JPG

IMG_5088.JPG

IMG_5090.JPG

DSCF2562.JPG

IMG_1496.JPG

IMG_1487.JPG

IMG_1499.JPG

IMG_1486.JPG

IMG_5089.JPG

IMG_1500.JPG

IMG_1495.JPG

24 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Vaag konijn

Het echoot in het kleine kamertje. Heel leeg is het er en het wordt er steeds witter, alsof er een stille sneeuwstorm woedt.
Ooit sliep er een baby in dat kamertje. ‘Roze met groen moet het worden!’, spraken de vader van het baby’tje in wording en ik. ‘Een beetje circusachtig!’ Maar eenmaal bij de kluswinkel wisten we: het moet helemaal niet roze met groen, het moet diep donkerblauw met krakend wit. Dat werd het, precies goed! Ik hield van dat kamertje.

Het baby’tje werd een peutertje en vond er geen zak meer aan, alleen in een kamertje. Hij wilde bij zijn grote broer in de kamer, in een stapelbed. Zijn kamertje bleef eenzaam achter. Maar niet voor lang. We maakten gewoon een nieuw kindje voor er in. Daar verzonnen we wat leuks voor: een konijn met gestreepte sokjes, zoals op haar geboortekaartje en gekleurde blokken op de muur. Een enorme klus was het die blokken te schilderen, maar dat maakte niet uit; het gezichtje van het nieuwe kindje toen ze met drie maanden éindelijk bij haar ouders van de kamer mocht, in haar eigen kamertje mocht slapen…

IMG_5040.JPG

Ze maakte ons duidelijk: ‘Dit is míjn kamer. Willen jullie zo vriendelijk zijn nu te vertrekken? Ja? Doei.’
Nou, dag dan baby… Veel geluk in je kamertje.
Wel, dat lukte. Ze hield van dat kamertje. En ik, ik hield ook van dat kamertje.

IMG_5042.JPG

IMG_5041.JPG

Hoe leuk ze het er de eerste jaren ook vond, toch vond het kindje het op een gegeven moment ook best ongezellig dat haar broers samen in een kamer mochten, haar ouders ook, maar zij alleen in haar bedje lag. Haar grootste broer snakte nou juist naar wat meer privacy. Tijd voor de grote ruil dan maar. Kleinemeisjeskamer wordt puberjongenskamer.

Het konijn met de sokken werd na een laagje verf een vaag konijn. Snel nog maar een paar lagen er over dan. Dag konijn, dag baby- en kleutertijd. De blokkenmuur op de inbouwkast verdween onder een zwarte laklaag met kleine gouden glitters. ‘Zó vet…’, zucht de puber. Hij heeft gelijk. Heel anders is het, maar móoi.
Nu de rest nog, het is nog lang niet klaar. Tijdelijk slapen alledrie de kinderen samen op één kamer. Straks komt het moment dat onze oudste net zo gelukzalig in zijn bed mag liggen als zijn zusje die eerste nacht in dat kamertje.
Ik weet het nu al, ik ga van dat kamertje houden straks.

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized